Clifa logo
 

Adres ][ Adress
Gastenboek ][ Guestbook
Route Hulp ][ Travel Help Contact
    Naar Huis ][ Back Home
                    
 
Dementie: de ziekte van Alzheimer


Wie was Alzheimer?
In 1906 was het de Duitse arts Alois Alzheimer die kenmerkende veranderingen ontdekte in het hersenweefsel van mensen die aan dementie waren overleden. Hij sprak over een vrouw die was overleden na jaren problemen te hebben gehad met haar geheugen, verward overkwam en moeite had met het begrijpen van vragen. Na haar dood deed hij een autopsie op haar hersenen en beschreef opeenhopingen buiten en rondom de hersencellen (amyloÔde plaques). Binnenin de hersencellen merkte hij de aanwezigheid van een kluwen vezels op (neurofibribrillaire tangles). Vandaag de dag draagt deze vorm van beschadiging aan de hersenen zijn naam. Het waarnemen van de plaques en tangles tijdens een autopsie is op dit moment nog steeds nodig om de ziekte van Alzheimer met 100% zekerheid vast te stellen.


Wat is Alzheimer?

De ziekte van Alzheimer is een ongeneeslijke hersenziekte, waarbij de cellen in sommige delen van de hersenen ophouden te functioneren en afsterven. De ziekte van Alzheimer is onomkeerbaar en ondanks uitgebreid wetenschappelijk onderzoek zijn de oorzaken van en de behandelingsmethoden voor genezing nog onbekend. De symptomen van de ziekte zijn vergeetachtigheid, veranderingen in de persoonlijkheid, desoriŽntatie en verlies van spraak. De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie. Naar schatting lijdt zestig tot zeventig procent van de dementerenden aan deze vorm van dementie. De ziekte is een aandoening van de hersenen waarbij de zenuwcellen (neuronen) hun werk niet goed meer doen. Wat er precies misgaat is nog onduidelijk, maar door het vele onderzoek van de laatste jaren wordt er steeds meer duidelijk.

Sinds het begin van deze eeuw is er veel geleerd over de plaques (bulten) en tangles (knopen) in de hersenen die kenmerkend zijn voor de ziekte van Alzheimer. Bovendien krijgen wetenschappers een steeds groter inzicht in de genetische factoren met betrekking tot de ziekte van Alzheimer. Vier genen zijn op dit moment geÔdentificeerd; drie van deze genen (gelegen op chromosoom 1, 14 en 21) dragen ieder bij aan de vroege vorm van de ziekte van Alzheimer. Het vierde gen (gelegen op chromosoom 19) verhoogt de kans op het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer op latere leeftijd. Inmiddels is duidelijk dat niet alleen genetische factoren een rol spelen. Omgevingsfactoren, zoals bijvoorbeeld voedsel, hebben wellicht een veel grotere invloed. Naar deze omgevingsfactoren wordt uitgebreid onderzoek gedaan.

Er is geen geneesmiddel dat de ziekte van Alzheimer kan voorkomen of stopzetten. Wel zijn er middelen verkrijgbaar die het verloop van de ziekte vertragen. Bij de behandeling van de ziekte staan daarom twee andere doelstellingen voorop. De eerste bestaat uit symptoombestrijding, zoals de gedragsstoornissen. Voor het bestrijden hiervan zijn verschillende middelen beschikbaar; regelmatig komen hier nieuwe producten bij. De tweede doelstelling is het remmen van het ziekteproces. In Nederland zijn drie middelen toegelaten die het ziekteproces tijdelijk kunnen afremmen. Het zijn zogenaamde acetylcholine esteraseremmers. Het eerste middel dat in Nederland verkrijgbaar is, heet rivastigmine (Exelon). Een ander product met vergelijkbare werking is donepezil (Aricept). Net zoals rivastigmine heeft donepezil een gunstig invloed op de cognitieve problemen bij AlzheimerpatiŽnten. Het derde middel heet memantine (Ebixa). Een nadeel van deze medicijnen is dat bij sommige patiŽnten bijwerkingen zoals misselijkheid, diarree en vermoeidheid kunnen optreden.

Op dit moment is er nog geen waterdichte methode die met zekerheid vast kan stellen dat iemand lijdt aan de ziekte van Alzheimer. De ziekte van Alzheimer kan alleen na het overlijden, door middel van een autopsie, met honderd procent zekerheid worden vastgesteld. Tijdens het leven kan een grondig medisch onderzoek echter meer duidelijk brengen.


Medische illustraties

Let op: de medische illustraties worden geopend in een nieuwe window.

Bekijk een illustratie van de Anatomie van de Hersenen
Bekijk een illustratie van Hersenen met de ziekte van Alzheimer
Bekijk een illustratie van AmyloÔde plaques en Neurofibrillaire Tangles
Bekijk een illustratie van gezonde en Alzheimer-hersenen


De Alzheimer Hersenbank
De Alzheimer Hersenbank verzamelt sinds 1985 post-mortem hersenweefsel en liquor van Alzheimer patiŽnten en niet-demente controles om onderzoekers van klinisch en neuropathologisch goed gedocumenteerd materiaal te voorzien. De ziekte van Alzheimer is een neurodegeneratieve ziekte, die klinisch wordt gekenmerkt door een progressief geheugenverlies en een afname van andere cognitieve functies. Het is veruit de meest voorkomende vorm van dementie en een snel toenemend probleem voor de volksgezondheid. De Nederlandse Hersenbank (NHB) verzamelt naast materiaal van patiŽnten met de klinische diagnose "waarschijnlijk ziekte van Alzheimer" ook materiaal van patiŽnten met niet-Alzheimer dementieŽn. Deze gevallen dienen als "ziekte controles" voor de ziekte van Alzheimer, maar zijn op zichzelf ook een focus van studie voor de ziekte van Pick, chromosoom 17 dementie, frontaalkwab dementie, progressieve supranucleaire palsy (PSP), de ziekte van Parkinson, de ziekte van Alzheimer met diffuse Lewy body ziekte, Lewy body dementie, corticobasale degeneratie, primaire progressieve afasie, de ziekte van Huntington, vasculaire dementie en de ziekte van Creutzfeldt-Jakob.

Diagnose
Het stellen van de post-mortem diagnose "ziekte van Alzheimer" is belangrijk voor de familie, behandelend arts en de onderzoekers. In de afgelopen jaren is getracht diagnostische criteria voor de evaluatie van post-mortem hersenweefsel te standaardiseren. De NHB maakt deel uit van een uitgebreid internationaal samenwerkingsverband dat probeert een standaardprocedure op te zetten voor de diagnose "ziekte van Alzheimer"

Risicofactoren
Er zijn vele risicofactoren beschreven in verband met de ziekte van Alzheimer, zoals de leeftijd, het voorkomen van ApoE-e4 (ApolipoproteÔne-E) allelen, hoofdverwondingen, familiegeschiedenis, laag scholingsniveau en een beperkt taalvermogen. In de diagnostische protocollen en klinische gegevens probeert de NHB zoveel mogelijk informatie over dergelijke factoren te verzamelen, zodat gezocht kan worden naar verbanden met de ziekte van Alzheimer. De ziekte kan zich familiair manifesteren als zij gerelateerd is aan een abnormaal gen. Afhankelijk van het type genetisch defect kan de ziekte zich vroeg of laat uiten (voor of na 65 jaar). De familiaire ziekte van Alzheimer op jongere leeftijd is gerelateerd aan mutaties in minimaal 3 genen: amyloÔd precursor proteÔne (APP) gen op chromosoom 21, preseniline 1 (PS1) gen op chromosoom 14 en preseniline 2 (PS2) gen op chromosoom 1. De ziekte van Alzheimer op latere leeftijd wordt geassocieerd met het voorkomen van ApoE-e4. De aanwezigheid van ApoE-e2 allelen lijkt daarentegen een beschermend effect te hebben. In 1995 is de NHB begonnen met het onderzoeken van de frequentie van het ApoE type bij obducties.

De afwijkingen in de hersenen bij de ziekte van Alzheimer bestaan uit opeenhopingen van bepaalde eiwitten. Slechte doorbloeding van de hersenen -bijvoorbeeld door vernauwing van de bloedvaten in de hersenen- kan tot een andere soort dementie leiden, de zogenaamde vasculaire dementie. Er zijn ook andere verschillen tussen deze dementie en de ziekte van Alzheimer. Zo staan bij vasculaire dementie de geheugenproblemen in de regel minder op de voorgrond en is het beloop minder geleidelijk maar eerder sprongsgewijs. Overigens zijn er wel aanwijzingen dat aandoeningen aan hart en bloedvaten de kans op de ziekte van Alzheimer vergroten.

In een klein aantal families waarin de ziekte van Alzheimer op jonge leeftijd voorkomt heeft men een afwijking in het erfelijk materiaal gevonden die voor het ontstaan van de ziekte verantwoordelijk is. Ook bij dementie op hogere leeftijd lijkt een erfelijke factor (soms) een rol te spelen. Welke rol en hoe zwaar deze is, is momenteel zeer onduidelijk en vraagt nog veel onderzoek. In het algemeen is de kans op het krijgen van de ziekte van Alzheimer iets groter wanneer een van de ouders aan deze ziekte heeft geleden.

Wat gebeurt er in de hersenen van een patiŽnt met Alzheimer?
De hersenen van mensen die lijden aan de ziekte van Alzheimer verschillen met die van gezonde ouderen. In deze hersenen bevinden zich namelijk plaques en tangles . Plaques zijn ophopingen van een bepaald eiwit tussen de hersencellen. Dat eiwit heet amyloÔd . Bij ouderen en in het bijzonder bij ouderen met de ziekte van Alzheimer verloopt de afbraak van dit eiwit niet goed. Hierdoor ontstaan een soort eiwitbergjes tussen de hersencellen die waarschijnlijk de overdracht van berichten tussen de hersencellen belemmeren.
Op den duur worden ook de zenuwcellen aangetast. Dit is onder andere te zien aan de aanwezigheid van tangles. Een tangle (kluwen), is een wirwar van draadvormige eiwitten in een zenuwcel, die het functioneren van de zenuwcel onmogelijk maakt. De schade aan de hersencellen ontstaat waarschijnlijk doordat het lichaam met een ontstekingsreactie reageert op de aanwezigheid van plaques. Het afweersysteem probeert de plaques onschadelijk te maken met giftige stoffen. Dat lukt helaas niet, maar het tast op den duur wel de zenewcellen aan. Eerst functioneren die niet goed meer. En na verloop van tijd sterven ze zelfs helemaal af.

links een gezonde zenuwcel, rechts een zenuwcel zoals gezien bij de ziekte van Alzheimer. Buiten de cel bevinden zich plaques die de communicatie met andere zenuwcellen verstoren. In de cel bevinden zich tangles.

Hoe verloopt Alzheimer?
De ziekte van Alzheimer kan per persoon sterk verschillend verlopen wat betreft: de aard, de ernst en het tempo van het dementeringsproces. Over het algemeen ontwikkelt de ziekte zich heel geleidelijk, waardoor het begin vaak niet wordt opgemerkt. Als de ziekte vordert worden de verschijnselen ernstiger, waardoor de patiŽnt steeds afhankelijker wordt. De ziekte van Alzheimer begint meestal tussen de 70 en 80 jaar, maar kan al op veel jongere leeftijd beginnen. Bij jonge patiŽnten is het beloop in het algemeen sneller.

Wat zijn de verschijnselen van Alzheimer?
Al vroeg ontstaan er problemen met het korte termijn geheugen. Het leren van nieuwe informatie, het onthouden van wat je net gezien of gehoord hebt, wordt moeilijker. In het algemeen kost alles waar je het hoofd bij moet houden wat meer inspanning: televisie kijken, een gesprek volgen, plannen maken, dingen op een rijtje zetten, problemen oplossen en beslissingen nemen. Er kunnen karakterveranderingen plaatsvinden. Soms geleidelijk en minder opvallend: iemand is steeds meer met zichzelf bezig; het sociale gedrag neemt af. Soms opvallender: als mensen plotseling erg onverschillig, achterdochtig of agressief worden. Als het dementeringsproces vordert, komen er ook stoornissen in het lange termijn geheugen. Naast problemen met het aanleren van nieuwe dingen verdwijnt nu ook de kennis die al in het geheugen was opgenomen. Verder krijgt de patiŽnt last van:

OriŽntatiestoornissen; Eerst in tijd: niet goed meer weten welke dag, maand of jaar het is of het verliezen van het tijdsgevoel over de dag. Later in plaats en persoon: niet beseffen waar je bent, vergeten wie de mensen om je heen zijn, ook van bekenden. Niet meer weten wie je zelf bent en hoe je leven zich heeft voltrokken.

Afasie; problemen met het gebruik van de taal meestal beginnend met spraak- en schrijfmoeilijkheden, later ook met het begrijpen van taal.

Agnosie; problemen met het herkennen van voorwerpen en geluiden om je heen en waar ze voor dienen.

Apraxie; problemen met het uitvoeren van handelingen die men eerder wel kon uitvoeren; meestal is er vooral moeite met de volgorde van verschillende handelingen om tot iets te komen.

Ook ontstaan er problemen bij het denken. De dementerende beseft niet meer goed wat gepast is of beoordeelt situaties verkeerd. Hij kan zich bijvoorbeeld in gezelschap gaan uitkleden, of is bang voor de televisie omdat de beelden als werkelijk worden beleefd. Opvallend is ook dat de patiŽnt meestal zelf niet inziet dat hij ziek is.

Sommige patiŽnten wisselen snel van stemming . Iemand kan snel kwaad worden, maar het volgende moment weer goede zin hebben. Dit kan onder andere te maken hebben met het vergeten van de aanleiding tot de kwaadheid. In het algemeen lijkt men de emoties niet meer goed in de hand te hebben. Veel patiŽnten zijn onrustig en dan met name 's nachts, door de omkering van het dag en nacht ritme.

Dementerenden krijgen naast geestelijke problemen ook vaak lichamelijke problemen . Allereerst zullen deze problemen met hun leeftijd samenhangen, maar in latere stadia gaat de dementerende ook achteruit als gevolg van de dementie. Veel voorkomende problemen zijn: vermagering, vermindering van de spierkracht, vermoeidheid en incontinentie.

In de laatste fase van dementie is de patiŽnt geheel afhankelijk. De patiŽnt praat niet meer, is bedlegerig, is de controle over het lichaam kwijt en heeft vaak last van lichamelijke complicaties. Vaak is de onrust van de eerdere fases veranderd in slapen of doezelen. Soms veroorzaakt de hersenbeschadiging ook epilepsieachtige klachten.

Hoe wordt de diagnose van Alzheimer gesteld?

Nadat een huisarts de diagnose dementie heeft gesteld zal hij vaak verwijzen naar een specialistische instelling. Hier wordt de diagnose bevestigd en vastgesteld om welke vorm van dementie het gaat. Voorbeelden van zo'n gespecialiseerde instelling zijn: een geheugenpolikliniek, de afdeling neurologie van een (academisch) ziekenhuis, de afdeling ouderen van een Riagg/GGz instelling of een psychiatrisch centrum. De werkwijze verschilt onderling nogal, maar over het algemeen zal er uitgebreid lichamelijk en psychologisch onderzoek plaatsvinden. Voorbeelden van dergelijke onderzoeken zijn:

  • Bloedonderzoek: om uit te sluiten dat vitaminetekort, bloedarmoede, suikerziekte of ziekten aan organen zoals de schildklier, de nieren of de lever de oorzaak van de klachten is.

  • Neurologisch onderzoek: hierbij wordt de werking van het zenuwstelsel onderzocht.

  • Neuro-psychologisch onderzoek: een gesprek met een psycholoog waarbij hij met behulp van allerlei testen bepaalde functies van de hersenen onderzoekt.

  • Beeldvormend onderzoek (MRI of CT-scan): hierbij worden een soort foto's van de hersenen gemaakt en kunnen bijvoorbeeld hersentumoren of hersenbloedingen worden opgespoord.

  • EEG (hersenfilmpje): hierbij wordt de hersenactiviteit gemeten. Met behulp van deze techniek kan een depressie of een epileptische aandoening worden vastgesteld.

    De diagnose ďziekte van AlzheimerĒ wordt als volgt gesteld:

    Er wordt vastgesteld of er sprake is van dementie.

  • De oorzaak van de dementie wordt opgespoord.

  • Als alle bekende oorzaken van dementie worden uitgesloten, wordt aangenomen dat het om de ziekte van Alzheimer gaat. (diagnose door uitsluiting)

    Er kan enige tijd overheen gaan voordat de uitslag bekend is. De diagnose wordt meestal in een gesprek met de behandelend arts of een andere hulpverlener van de specialistische instelling meegedeeld. Soms krijgt de huisarts de gegevens van het onderzoek en zal hij de diagnose bekend maken.

     

     

    Met dank aan ISAO, Alzheimer Nederland, Hersenbank


    Deze site is voor het laatst bijgewerkt op 27 september 2005

    NB. De hierbij vermelde gegevens vallen onder geen enkele verantwoordelijkheid van de Clientenfamilieraad en of management van Evean Oostergouw

           [ About EVEAN ][ Contact the webmaster ©2002 by Clifa Evean Oostergouw Zaandam NL.