Clifa logo
Contact
Adres ][ Adress
Gastenboek ][ Guestbook
Route Hulp ][ Travel Help
    Naar Huis ][ Back Home

ZIEKTEBEELDEN: 
                                     Parkinson

Veroudering gaat gepaard met verandering in motorische en psychische functies. Ook morfologische en biochemische verouderingsverschijnselen zijn reeds op betrekkelijk jeugdige leeftijd in de hersenen van dieren en mensen aantoonbaar. Zo is in de substantia nigra van jonge volwassenen het aantal gepigmenteerde neuronen kleiner als bij pasgeborenen en is bij 6o-jarigen dit aantal met bijna de helft gedaald. Eveneens neemt de activiteit van verschillende enzymen die zijn betrokken bij de synthese van neurotransmitters in de loop der jaren af.  Bij patiënten met de ziekte van Parkinson is het verlies aan neuronen in de substantia nigra nog veel groter en kan dit op minstens 80% geschat worden, terwijl ook het dopaminegehalte zeer sterk is afgenomen. Er zijn weinig aandoeningen waarvan de kennis wat betreft de biochemische achtergronden in de laatste decennia zo is toegenomen. Niettemin is de oorzaak van de ziekte nog onbekend. Wel is gebleken dat sommige chemische stoffen selectief dopaminergische neuronen kunnen beschadigen.  De hypothese is ontwikkeld dat de ziekte van Parkinson veroorzaakt zou kunnen worden door het gecombineerde effect van een neurotoxische stof (hetzij uit het milieu, hetzij van endogene metabole oorsprong) en van het normale verouderingsproces. Bij driekwart van de patiënten treden de eerste klinische verschijnselen op tussen het 50e en 65e levensjaar. Erfelijke factoren lijken geen rol van betekenis te spelen.

Klinische verschijnselen
De tremor is een van de meest opvallende verschijnselen. Typisch kenmerk hiervan is het optreden in rust en het verdwijnen bij willekeurige bewegingen, hoewel dit aspect juist bij patiënten die de ziekte op latere leeftijd krijgen minder uitgesproken kan zijn. Tijdens slaap is de tremor afwezig, maar tijdens emoties blijkt vaak een duidelijke verergering op te treden. De tremor uit zich vooral in de bovenste extremiteiten en wel voornamelijk in het distale gedeelte hiervan, zodat deze bewegingen wel met geldtellen en pillendraaien worden vergeleken. De onderste extremiteiten, hoofd, onderkaak en tong zijn minder vaak aangedaan, doch als de tremor aan het hoofdjuist op de voorgrond staat, kan onderscheid met een seniele of essentiële tremor lastig zijn. De rigiditeit (stijfheid) is waar te nemen door middel van passief bewegen van de betreffende extremiteiten. Over het gehele traject van de beweging wordt een
constante weerstand gevoeld, die onafhankelijk is van de bewegingsrichting en die associaties oproept met de weerstand die wordt ondervonden bij het ombuigen van een loden pijp. De rigiditeit treedt aanvankelijk vooral in de proximale spieren op en kan aanleiding geven tot pijnklachten in schouders, heupen, hals en lendenstreek. Vaak worden laatstgenoemde klachten niet als onderdeel van de ziekte van Parkinson herkend. De pijn kan optreden in een vroege fase van de ziekte, zelfs wanneer de diagnose nog niet is gesteld, maar ook in een veel later stadium. De hypokinesie of bewegingsarmoede. Nog voordat de patiënt zich hiervan zelf bewust is, kan het meebewegen van een of beide armen tijdens het lopen verminderen of verdwijnen. Andere uitingen van hypokinesie zijn de verminderde mimiek, het maskergelaat, de verminderde lidslag. De verminderde mimiek zou ten onrechte de mening kunnen doen postvatten dat de Parkinson patiënt geen emoties kent. Diegenen die met het ziektebeeld vertrouwd zijn geraakt, zullen aan het tijdelijk toenemen van de tremor de momenten herkennen waarop de patiënt geëmotioneerd raakt. Het beginnen van elke vorm van beweging is voor de Parkinson patiënt moeilijker geworden, zodat ook het omdraaien in staande of liggende houding, het opstaan uit een stoel en het maken van de eerste stap bij het lopen, ernstige problemen kunnen opleveren. De houding is voorovergebogen, met gebogen knieën. Het lopen vertoont, ook als de patiënt eenmaal op gang is gekomen, een afwijkend aspect. De passen zijn klein en schuifelend en er bestaat een neiging voorover te vallen of steeds sneller te gaan lopen (propulsie). De spraak wordt zacht en monotoon en steeds moeilijker verstaanbaar. Het handschrift wordt klein.
Een stoornis in het reukvermogen komt frequent en in een vroeg stadium voor bij de ziekte van Parkinson. Mictiestoornissen, obstipatie, seborroe (verhoogde afscheiding van huidsmeer), speekselvloed en stoornis in de zweetsecretie zijn bekende begeleidende verschijnselen. Door slikstoornissen komt zelfs regelmatig aspiratie voor zonder dat er subjectieve klachten bestaan. Op grond hiervan is het niet verwonderlijk meer dat bronchopneumonie een frequente doodsoorzaak is bij de ziekte van Parkinson.  Psychische veranderingen bij de ziekte van Parkinson komen vaak voor. Zowel verschijnselen van depressie als dementie worden vaak, zij het in zeer uiteenlopende frequenties, waargenomen. Stoornissen in cognitieve functies en geheugen bij patiënten met de ziekte van Parkinson gaan samen met tekenen van cerebrale atrofie die aantoonbaar zijn bij computertomografie. 

Behandeling
De ziekte van Parkinson is helaas nog niet te genezen. De behandeling bestaat dan ook uit het bestrijden van de symptomen. Dat kan met behulp van medicijnen, oefentherapie of, bij sommige mensen, een operatie.  De behandeling verschilt per persoon omdat iedereen anders reageert op de medicijnen of de overige behandelingsmethoden. Bovendien heeft niet iedere iedereen dezelfde klachten in dezelfde mate. De behandeling gebeurt door een neuroloog in samenspraak met de huisarts.
Parkinsonsverschijnselen worden meestal behandeld met een combinatie van verschillende soorten medicijnen. De medicijnen moeten een aantal keer per dag ingenomen worden. Daarbij kunnen vervelende bijwerkingen optreden, zoals misselijkheid, verwardheid, slapeloosheid, geheugenstoornissen of overtollige
bewegingen. Over het algemeen geldt hoe lager de dosering van een medicijn, hoe minder kans op bijwerkingen.
Bepaalde medicijnen kunnen na langdurig gebruik zogenaamde on-off effecten geven: de ernst van de klachten wisselt dan sterk, per dag of zelfs per uur. 

De werking verschilt per groep medicijnen:
      Medicijnen die levodopa bevatten. Levodopa wordt in de hersenen omgezet
      in dopamine - de stof waaraan de Parkinsonpatiënt een tekort heeft. Deze stof is heel belangrijk voor het soepel laten verlopen van bewegingen. 
      Anti-cholinergica. Deze remmers zorgen ervoor dat de dopamine in evenwicht komt met de stof acetylcholine. Beide stoffen zijn nodig om bewegingen goed te laten verlopen. Anti-cholinergica verminderen verder  speekselvloed en overtollige transpiratie. 
      Amantadine. De precieze werking van dit middel is nog onduidelijk, maar waarschijnlijk verhoogt het de hoeveelheid dopamine. Men vermoedt ook dat  de werking vergelijkbaar is aan die van de anti-cholinergica. 
      Medicijnen die de werking van dopamine nabootsen 
      Medicijnen die de werking van dopamine verlengen

 

Bron: http://www.ziekenhuis.nl
Parkinson Patiënten Vereniging, Bunnik telefoon (030) 6561369
 

 ][ About EVEAN ][ Contact the webmaster   ©2002 by Clifa Evean Oostergouw Zaandam NL.