Clifa logo
   
Contact

Adres ][ Adress
  Gastenboek ][ Guestbook
               Route Hulp ][ Travel Help


 
    Naar Huis ][ Back Home



Curatele-Bewind-Mentorschap

 

Vertegenwoordiging
Wilsverklaring
Curatele

Meerderjarigenbewind
Mentorschap
Richtlijn voor de beoordeling van dementerende klanten
Nieuws

 

Vertegenwoordiging
Wie beslist?
Wanneer u zelf geen beslissing kunt nemen, is het mogelijk dat er  een curator of mentor benoemd wordt. Bijvoorbeeld bij dementie, verstandelijke handicap of coma. Het kan ook minder officieel. U bepaalt dan zelf wie u als vertegenwoordiger aanwijst. Dit dient u schriftelijk vast te leggen. Anders kan men vragen automatisch uw echtgeno(o)t(e) of partner om de vertegenwoordiging met u te regelen. Als dit niet mogelijk blijkt, kan het gevraagd worden aan een ouder, een zoon of dochter of aan een broer of zuster. De vertegenwoordiger dient beslissingen te nemen die in uw belang zijn. Of beter nog, zoals hij of zij denkt dat u zelf besloten zou hebben

Wilsverklaring
Uw wil vastleggen
Het is mogelijk dat u in een situatie terechtkomt waarin u niet meer zelf kunt beslissen. Soms is dit onvoorspelbaar. Bijvoorbeeld bij een ongeluk. Maar vaak kunt u zo’n situatie zien aankomen, bijvoorbeeld wanneer u op leeftijd bent. Waarschijnlijk heeft u zich wel eens een voorstelling gemaakt van dergelijke situaties. Wat vindt u in zo’n situatie belangrijk? Wilt u dat er volgens uw eigen ideeën gehandeld wordt? Dan is het verstandig om uw wensen op papier te zetten: uw wilsverklaring.
Curatele, bewind en mentorschap zijn maatregelen voor mensen die niet (helemaal) voor zichzelf kunnen zorgen. De maatregelen zijn vooral bedoeld als een bescherming van de persoon tegen andere mensen, die misbruik van de situatie kunnen maken. De maatregelen zijn alleen mogelijk bij meerderjarigen. Een notaris kan u daarbij helpen.

Curatele
Onder curatelestelling is de meest vergaande beschermingsmaatregel. Curatele moet worden verzocht aan de rechtbank, die ook de uitspraak doet. Er zijn drie redenen voor onder curatelestelling:

  • geestelijke stoornis
  • verkwisting
  • drankmisbruik waardoor de persoon zijn belangen niet meer waar kan nemen.

Het gaat doorgaans om mensen, die vanaf hun geboorte een verstandelijke handicap hebben, psychiatrische patiŽnten, verslaafden of mensen die volstrekt niet met geld om kunnen gaan. Iemand die onder curatele is gesteld, is handelingsonbekwaam en kan niet zelfstandig overeenkomsten sluiten. De curator treedt voor hem op. De onder curatele stelling moet worden gepubliceerd in de Staatscourant en twee kranten. Zo worden derden op de hoogte gesteld.

Meerderjarigenbewind
Voor ouderen, die zelf niet meer goed hun geldzaken kunnen behartigen, is curatele wel een erg zware maatregel, omdat men dan handelingsonbekwaam wordt. Daarom is er een regeling in de wet opgenomen, namelijke onderbewindstelling van meerderjarigen die veel minder zwaar is. De bewindvoerder voert het financiŽle beheer voor degene die onder bewind gesteld is. Het bewind van het vermogen wordt ingesteld door de kantonrechter op verzoek van de betrokkene zelf, zijn echtgenoot of levensgezel, familie of de officier van justitie. Meestal is ook een verklaring van een arts nodig. Een belangrijk verschil met curatele is, dat de bewindvoerder voor een groot aantal handelingen de toestemming van de betrokkene of machtiging van de kantonrechter nodig heeft.

Mentorschap
Wat is mentorschap?
Mentorschap is bedoeld voor mensen die hun persoonlijke belangen niet meer kunnen behartigen. Persoonlijke belangen zijn belangen die niet over geld of goederen gaan. Het gaat vooral om beslissingen die moeten worden genomen over verzorging, verpleging, behandeling of begeleiding van bijvoorbeeld verstandelijk gehandicapten, demente bejaarden en psychiatrische of comateuze patiŽnten.

Beslissingen
De mentor neemt, zoveel mogelijk in overleg met de betrokkene, de beslissing. Bijvoorbeeld als iemand moet kiezen tussen wel of niet zelfstandig blijven wonen of als het gaat om een medische behandeling.

Handelingsbekwaam
Degene die een mentor heeft, blijft handelingsbekwaam en kan dus in eerste instantie zelf de eigen financiŽle zaken behartigen.

Hoe vraag ik mentorschap aan?
U kunt zelf mentorschap voor uzelf aanvragen. Ook uw partner en familieleden tot in de vierde graad kunnen zo'n verzoek doen. Familieleden tot in de vierde graad zijn ouders, grootouders, kinderen, kleinkinderen, broers en zusters, ooms en tantes en neven en nichten. Het mentorschap kan ook worden aangevraagd door degene die de leiding heeft over de instelling of woonvoorziening waar u verblijft. Daarbij moet dan wel worden vermeld waarom de partner of de familie tot in de vierde graad het verzoek niet indient. In uitzonderlijke gevallen kan de officier van Justitie een verzoek doen. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer er geen familie meer is of als de familie goede redenen heeft om zo'n verzoek niet zelf te doen.

Geen toestemming
Als het mentorschap niet door uzelf wordt aangevraagd, hoeft u de aanvrager geen toestemming te geven. Ook zonder uw toestemming, kan de rechter een mentor benoemen. Als u hiertegen bezwaar heeft, zal de rechter daar rekening mee houden.


Verzoek indienen
U dient een verzoek tot instelling van mentorschap in bij de sector kanton van de rechtbank, in het rechtsgebied waar de betrokkene staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie. Een verzoek aan de kantonrechter kunt u zelf doen. U bent niet verplicht om daarvoor een advocaat in te schakelen. Het formulier 'Verzoek tot onderbewindstelling en/of instelling van mentorschap' voor de aanvraag van mentorschap zit bijgesloten in de brochure 'Curatele, bewind en mentorschap'.

Meesturen met verzoek
Bij het verzoek tot instelling van mentorschap moet u het volgende meesturen:

een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie van de persoon voor wie u de maatregel vraagt;

 

► Klik op plaatje voor brochure [pdf formaat]


Richtlijn voor de beoordeling van dementerende klanten

De Koninklijke NotariŽle Beroepsorganisatie (KNB) is bezig met een richtlijn voor de beoordeling van dementerende klanten. Daardoor moeten notarissen beter in staat zijn om de wils(on)bekwaamheid van dementerenden te beoordelen.

Bijna 1 procent van de 65-jarigen in Nederland lijdt aan dementie, bij 90-jarigen is dat ruim 40 procent. Deze percentages zullen in de komende decennia alleen maar stijgen, omdat Nederlanders steeds hogere leeftijden bereiken, verwachten deskundigen.

Testament wijzigen
Notarissen krijgen steeds meer te maken met dementerenden en hebben de taak om te bepalen of familie of kennissen geen misbruik van hen maken door bijvoorbeeld de financiŽle verdeling in een testament te wijzigen. De notaris kan niet bij iedere dementerende die een testament komt opstellen of wijzigen, dezelfde vragen stellen om te achterhalen of hij of zij de inhoud van de akte begrijpt en de gevolgen hiervan kan overzien. Dat is afhankelijk van opleiding en begaafdheid.

ĎSecond opinioní
De KNB waarschuwt notarissen bijvoorbeeld bijzonder zorgvuldig te zijn als de testateur niet meer in staat is zelfstandig te wonen of als het initiatief voor het maken van een testament van een ander afkomstig is. Bij twijfel kan de notaris ook een 'second opinion' vragen bij een collega of een behandelend arts.

 

Publicatiedatum: 30 augustus 2005
 

Nieuws -

Notaris krijgt hulpmiddel voor beoordeling wilsbekwaamheid (donderdag 1 juni 2006)

Den Haag, mei 2006 - "Door toename van de vergrijzing kan het voorkomen dat testamenten worden opgesteld waarvan de dementerende testateur de gevolgen niet goed kan overzien. Het is belangrijk waakzaam te zijn en iets in handen te hebben om zo'n situatie nog beter te kunnen beoordelen", aldus mr. Robert W.T. Salomons, voorzitter van de Koninklijke NotariŽle Beroepsorganisatie, de KNB. De KNB heeft een protocol voor de beoordeling van wilsbekwaamheid door notarissen opgesteld, gebaseerd op de richtlijn die huisartsen momenteel gebruiken. Het protocol is op initiatief en in overleg met de stichting Alzheimer Nederland tot stand gekomen.

De stichting Alzheimer Nederland luidde afgelopen jaar de noodklok en liet weten dat zij steeds vaker meldingen kreeg van dementerenden die door hun familie of door anderen zouden worden 'bestolen'. Omdat het aantal mensen met dementie schrikbarend stijgt, zal de notaris deze groep mensen steeds vaker in de praktijk op bezoek krijgen. Volgens de stichting moet er bij het opstellen van testamenten zorgvuldig vastgesteld worden of iemand nog wilsbekwaam is.

De KNB is in overleg met Alzheimer Nederland om de tafel gaan zitten met het kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO, de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst en neuroloog prof. em. dr. F.G.I. Jennekens. Samen isbekeken hoe misstanden voorkomen kunnen worden. Dit heeft geresulteerd in een protocol voor de beoordeling van wilsbekwaamheid. Dit protocol is geen voorgeschreven richtlijn maar een stappenplan voor het notariaat. Het protocol helpt de notaris om zijn functie als notaris beter te kunnen uitoefenen. Bovendien kan het cliŽnten helpen zich er van te overtuigen dat de notaris zijn werk goed heeft gedaan.

Noot voor de redactie:
Het protocol treft u bijgaand aan.
Meer informatie: mw. ir. Mieke J.H.H. Berkers, hoofd communicatie, tel: 070 3307168
Informatie over dementie? www.alzheimer-nederland.nl, of bij Alzheimer Nederland, Edmar Weitenberg, hoofd voorlichting, tel: 030 6596900

Notariaat Magazine mei 2006


Protocol beoordeling wilsbekwaamheid vastgesteld

Tekst:

In augustus vorig jaar verscheen in WPNR nr. 6630 het artikel ďDe dementerende persoon, het testament en de notarisĒ van de hand van prof. emeritus dr. F.G.I. Jennekens en dr. A. Jennekens-Schinkel. In het artikel werd gesteld dat het notarissen aan bijzondere deskundigheid ontbreekt om op juiste wijze de wil van (mogelijk dementerende) cliŽnten te beoordelen bij het voorbereiden en passeren van een notariŽle akte, bijvoorbeeld een testament. Er zou een leidraad/protocol moeten komen waarmee de notaris beter in staat moet zijn om de wil van een (mogelijk dementerende) cliŽnt te beoordelen.

De stichting Alzheimer Nederland berichtte in Notariaat Magazine nr. 8 van augustus 2005, dat zij steeds vaker melding krijgt over dementerenden die door familie of anderen zouden worden Ďbestolení. Er zouden testamenten worden opgesteld zonder dat de (dementerende) testateur goed weet wat de gevolgen (zouden kunnen) zijn. Ook andere media berichtte over de kans op misbruik van ouderen bij het opstellen van testamenten en het gebruik van volmachten.

In overleg met prof. emeritus dr. F.G.I. Jennekens, het kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO, de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst en de stichting Alzheimer Nederland is een protocol voor de beoordeling van wilsbekwaamheid door notarissen opgesteld. De richtlijn die artsen momenteel gebruiken voor de beoordeling van wilsbekwaamheid is aangepast voor gebruik in de notariŽle praktijk. Het is een leidraad, geen voorgeschreven richtlijn. De notaris heeft hiermee een stappenplan om de wilsbekwaamheid van cliŽnten in voorkomende gevallen beter te kunnen beoordelen. Het kan de notaris helpen om zijn functie als notaris goed uit te oefenen en kan cliŽnten helpen zich ervan te overtuigen dat de notaris zijn werk goed heeft gedaan.

Hieronder treft u eerst een aantal relevante uitspraken aan van zaken waarbij de notaris op grond van de concrete omstandigheden de wil van de cliŽnt nader diende te onderzoeken. Het protocol kunt u in voorkomende gevallen gebruiken in uw dagelijkse praktijk en is ook beschikbaar op het KNB-Intranet onder KNB/Basisdocumentatie/Praktijkuitoefening.

Zorgplicht van notaris jegens een persoon op leeftijd bij de overdracht van diens woning
Hof Amsterdam, 3 november 2005, nr. 135/2005 (LJN nr. AU5948).

Waarschuwing.

Ongeveer een half jaar na het overlijden van haar vader neemt zijn dochter contact op met de notaris, die destijds zijn testament passeerde, over het voornemen van moeder om haar woning aan de dochter over te dragen. Het testament van vader hield een ouderlijke boedelverdeling ter verzorging van zijn echtgenote in.
De notaris informeert de dochter over een aantal mogelijkheden om dit te regelen en de fiscale consequenties daarvan. Van de desbetreffende brief zendt hij een kopie aan de moeder. De notaris bezoekt moeder kort daarna en heeft uitvoerig met haar gesproken over de constructie en de gevolgen ervan. Zij heeft uitdrukkelijk te kennen gegeven haar dochter te willen bevoordelen boven haar zoon.
Vervolgens is de woning door moeder in eigendom overgedragen. Moeder verstrekte aan de dochter en haar partner ter financiering een renteloze lening onder hypothecaire zekerheid en sloot een huurovereenkomst met hen voor haar voortgezet gebruik van de woning.
De kamer van toezicht te Zutphen overweegt naar aanleiding van de klacht van moeder en zoon dat de notaris, gezien de nadelige gevolgen van de constructie voor met name de inkomenspositie van moeder, een extra informatieplicht had. De kamer merkt op dat, gezien de onevenwichtige verhouding die door de constructie tussen de financiŽle situatie van de moeder en de dochter zou ontstaan, het niet goed te duiden is waarom de notaris voor de dochter de constructie en de consequenties ervan vanuit haar invalshoek schriftelijk heeft vastgelegd en bij de moeder heeft volstaan met een mondelinge toelichting.
Het feit dat de notaris dit achterwege heeft gelaten is evenwel van onvoldoende gewicht om als tuchtrechtelijk laakbaar nalaten aan te merken. Nadat moeder door de notaris was gewezen op de consequenties van de constructie, was vervolgens de keuze aan moeder. Het behoort niet tot de taak van de notaris om te proberen haar op andere gedachten te brengen, aldus de kamer.
Naar aanleiding van het verwijt van klagers dat de notaris geen geriatrisch onderzoek heeft laten doen, heeft de notaris aangevoerd dat bij hem geen enkele twijfel is ontstaan over de geestelijke vermogens van moeder. De kamer is met de notaris van oordeel dat er in dat geval geen aanleiding voor de notaris bestaat om daar nader onderzoek naar te doen.
De kamer oordeelt deze klachten ongegrond.
Het hof overweegt, gezien de inhoud van het testament van vader, dat het de wens van erflater was zijn echtgenote verzorgd achter te laten. Dit heeft als gevolg dat de notaris diende te effectueren hetgeen de erflater voor ogen had. In de onderhavige zaak is dit niet het geval geweest.
De notaris heeft bij het ontwerpen van de constructie ter bevoordeling van de dochter voornamelijk het belang van deze dochter gediend en is daarbij voorbijgegaan aan de belangen van moeder. Het had op de weg van de notaris gelegen haar, voorafgaand aan de overdracht van haar woning cum annexis aan de dochter, uitvoerig op de financiŽle en fiscale consequenties van de beoogde constructie te wijzen, mede aan de hand van de financiŽle gegevens van moeder. Bovendien had de notaris haar het constructievoorstel schriftelijk dienen te doen toekomen en haar desgewenst voor akkoord te laten tekenen, gelet op de ingrijpende wijzigingen in haar bestaan. Dit geldt temeer nu zij een aanmerkelijke leeftijd heeft. In een dergelijk geval heeft de notaris een zekere zorgplicht jegens haar, nu de notaris de auctor intellectualis is geweest van de constructie waarbij moeder nagenoeg haar hele vermogen is kwijt geraakt. De notaris had door dienen te vragen, gelet op de wens van de erflater om zijn echtgenote verzorgd achter te laten. Een enkele verwijzing naar de brief, gericht aan de dochter, voldoet dienaangaande niet. Dit klachtonderdeel is dan ook terecht voorgesteld, aldus het hof.
Het hof oordeelt dat de notaris in voege als voormeld bij het uitoefenen van zijn werkzaamheden onzorgvuldig heeft gehandeld en dat deze tekortkoming dusdanig verwijtbaar is dat de maatregel van waarschuwing op zijn plaats is.
Met betrekking tot het verwijt dat de notaris heeft nagelaten om een geriatrisch onderzoek te laten instellen oordeelt het hof, evenals de kamer, dat er geen reden is geweest voor de notaris om een geriatrisch onderzoek te laten doen. (bew. HMS)

De notaris dient er zorg voor te dragen dat partijen kennis hebben van de volledige inhoud van het stuk dat zij tekenen. Ook als zij geen concept wensen te ontvangen.
Kamer van toezicht te Amsterdam, 18 augustus 2005, nr. K 43/04.
Klacht gedeeltelijk gegrond. Geen maatregel

Na een uitgebreid gesprek bestond bij de notaris geen enkele twijfel over de geestelijke vermogens van de schenkster. De kamer oordeelt: ďEr is geen grond om aan te nemen dat de notaris tijdens het gesprek dat hij met moeder (Ö) heeft gehad signalen heeft ontvangen dat zij de strekking van haar wensen niet zou onderkennen. Het feit dat zij op zichzelf woonde en niet in een verpleeghuis, mocht een indicatie voor de notaris zijn dat zij nog de beschikking had over haar geestelijke vermogens. Wel diende de notaris bedacht te zijn op misbruik van omstandigheden, nu hij was benaderd door de begunstigde van de schenking. De redengeving van moeder (Ö) voor de schenking Ė namelijk het gelijktrekken van de financiŽle positie van beide zoons Ė is echter dermate plausibel dat de notaris het ervoor mocht houden dat er geen sprake was van misbruik van omstandighedenĒ. De notaris heeft echter aan de schenkster, conform haar verzoek, geen concept vooraf toegestuurd en evenmin achteraf een afschrift. De kamer acht dit onzorgvuldig en is van oordeel dat de notaris een weg had moeten en kunnen vinden om de schenkster gelegenheid te geven zich vooraf nader op de inhoud van de akte te oriŽnteren. (bew. BKJH)


Indien de notaris weet dat cliŽnt aan de ziekte van Alzheimer lijdt, dient hij ter beoordeling van diens wilsbekwaamheid een medische verklaring te vragen.
Kamer van toezicht te Leeuwarden, 28 december 2005, nr. 13/05.

Waarschuwing.

In 2004 is A, de vader van klagers, met B getrouwd. De notaris passeerde de akte van huwelijksvoorwaarden en het testament van A.
Klagers verwijten de notaris dat hij niet heeft onderkend dat A ten tijde van de ondertekening van die notariŽle akten niet meer wilsbekwaam was. In 2002 had een arts al vastgesteld dat A leed aan de ziekte van Alzheimer. Klagers hadden de notaris daarvan, enige tijd voordat de akten werden verleden, op de hoogte gesteld. Toen hij nog helder kon denken heeft hij volgens klagers vaak gezegd dat hij niet met B wilde trouwen. Hij kende haar al ruim tien jaren, zij hadden al eens samengewoond, maar gingen weer uit elkaar. Hij is door B onder druk gezet: als hij niet zou trouwen, zou hij alleen blijven. Klagers kwamen er pas weken na het huwelijk achter dat hun vader was getrouwd. Hij was niet in staat aan te geven waarom hij binnen enkele maanden zo van gedachten veranderd was.
De inmiddels gedefungeerde notaris beroept zich op zijn geheimhoudingsplicht jegens klagers en stelt dat zij niet-ontvankelijk zijn in hun klacht.
De kamer van toezicht verwerpt dit verweer aangezien klagers, hoewel zij geen opdrachtgevers of cliŽnten van de (oud-)notaris zijn, wel als belanghebbenden dienen te worden beschouwd. Nu de oud-notaris de feiten niet heeft weersproken, neemt de kamer die als vaststaand aan.
Ter zitting heeft de oud-notaris gezegd dat hij op de hoogte was van de gezondheidssituatie van A. Hij heeft overeenkomstig de gebruikelijke werkwijze van het notariskantoor een collega-notaris geraadpleegd en samen met deze collega uitgebreid aandacht besteed aan de gezondheidstoestand van A.
De kamer oordeelt dat de oud-notaris ter beoordeling van de wilsbekwaamheid van A een medische verklaring had moeten vragen. Hij had in ieder geval aan A en B kunnen meedelen dat hij had vernomen van de ziekte van A, en dat hij uit hoofde van zijn ambtsverplichtingen diende te verifiŽren of die ziekte van invloed was op het vermogen van A om zijn wil te bepalen. Hij had vervolgens toestemming moeten vragen om medische informatie in te winnen. Door dit na te laten heeft hij naar het oordeel van de kamer, gelet op de omstandigheden van het geval en op de huidige inzichten in de onderhavige problematiek, op onvoldoende zorgvuldige wijze de wilsbekwaamheid van A beoordeeld.
De kamer overweegt vervolgens dat op de notaris een zware ambtsverplichting rust om het nodige te doen om te voorkomen dat hij akten passeert op basis van verklaringen, die zijn afgelegd door personen die daarbij niet in staat waren om in vrijheid hun wil te vormen en te uiten. Het gaat hier om ťťn van de essentiŽle bestaansredenen van het notariaat. Daarbij komt, dat in de loop van de laatste jaren veel bekend is geworden omtrent de verschijnselen en de risico's van de ziekte van Alzheimer. Van een notaris mag worden gevergd dat hij daarop attent is en zich bij twijfel medisch laat adviseren, waartoe des te meer aanleiding kan bestaan als (zoals in casu) de notaris meer dan eens expliciet op de ziekte is geattendeerd. Anderzijds moet worden geconstateerd dat in de notariŽle vakliteratuur nog maar zeer recent over de Alzheimer-problematiek diepgaand wordt geschreven en dat op dit gebied in het notariaat kennelijk nog geen algemeen inzicht bestaat en zeker nog geen regelgeving, bijvoorbeeld in de vorm van een protocol, dat aangeeft hoe de notaris in gevallen als deze dient te handelen.
Op grond van deze overwegingen legt de kamer, mede in aanmerking nemend dat de oud-notaris inmiddels is gedefungeerd, de maatregel van waarschuwing op. (bew. HMS)



Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid ten behoeve van notariŽle dienstverlening

Dit Stappenplan biedt een toetsingskader aan notarissen die zich in voorkomende gevallen een oordeel moeten vormen over de wilsbekwaamheid van een cliŽnt ten behoeve van notariŽle dienstverlening.

Onderverdeling:
A. Inleiding
B. Indicatoren
C. Verdere stappen
D. Conclusie

 

A. Inleiding

1. Wilsbekwaamheid.
Voor het tekenen van een notariŽle akte moet de cliŽnt in staat zijn tot een redelijke waardering terzake. Eerst indien daartoe aanleiding bestaat, dient de wilsbekwaamheid van een cliŽnt uitgebreider te worden onderzocht. Het is aan te raden u bij uw uiteindelijke besluitvorming te laten bijstaan door twee medewerkers van uw kantoor en deze medewerkers als getuigen op te laten treden bij het eventueel passeren van de akte.

 

B. Indicatoren

2. Aanleiding voor een (nadere) beoordeling van wilsbekwaamheid.
De kamers van toezicht over de notarissen en de kandidaat-notarissen nemen met de wet tot uitgangspunt dat een cliŽnt die handelingsbekwaam is, moet worden geacht zijn belangen te kunnen behartigen. Eerst indien er aanleiding bestaat om daaraan te twijfelen, dient een notaris de geestesgesteldheid van zijn cliŽnt nader te onderzoeken. Indicatoren (in combinatie) hiervoor kunnen bijvoorbeeld zijn:

Indien het vermogen onder bewind gesteld is;

Indien de cliŽnt op hoge leeftijd is;

Indien de administratie niet in eigen beheer is;
Indien de cliŽnt niet meer in staat is zelfstandig te wonen;

Indien de cliŽnt verblijft in een zorginstelling;

Medische indicatie (ziekten/aandoeningen die van invloed kunnen zijn op het verstandelijk vermogen, bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer, verstandelijke handicap, depressiviteit);

Indien er twijfels bestaan aan de weloverwogenheid van een gedaan verzoek;

Indien het initiatief voor het verzoek tot dienstverlening van een ander dan de cliŽnt komt;

Indien instructies voor de inhoud van de akte door anderen dan de cliŽnt zijn vastgelegd;

Voor testamenten: Indien een testateur frequenter dan voor hem te doen gebruikelijk een verzoek doet tot het aanpassen van een eerder testament;

Voor testamenten: Naarmate de inhoud van een nieuw testament ingrijpender afwijkt van de inhoud van een eerder testament of de inhoud ongebruikelijk is;

Voor testamenten: Indien de tijdspanne tussen het verzoek tot het opmaken van het testament en het verlijden daarvan zeer kort is zonder medische noodzaak;
Extra aandacht verdienen testamenten, schenkingen, overdrachten ouders-kinderen en de verstrekking van geldleningen.
3. Neem een besluit om wel of niet de wilsbekwaamheid volgens het stappenplan te beoordelen.Vragen die de notaris zichzelf kan stellen, zijn:

Zijn er, gezien bovenstaande indicatoren, gerede twijfels over de wilsbekwaamheid van de cliŽnt voor de te nemen beslissing?

Bestaat de indruk, gezien bovenstaande indicatoren, dat er sprake is van beÔnvloeding door derden?

 

C. Verdere stappen

4. Stel adequate vragen / informeer adequaat / bespreek zonder aanwezigheid van partner of familie.

Geef de cliŽnt voldoende gelegenheid om kennis te nemen van de mogelijkheden om zijn wensen/belangen te regelen;

Trek extra tijd uit;

Houd een bespreking met de cliŽnt ďonder vier ogenĒ zodat eventuele beÔnvloeding door derden kan worden beperkt;

Houd bij het voeren van een gesprek rekening met het bevattingsvermogen en eventuele cognitieve en emotionele beperkingen van de cliŽnt, gehoorklachten en een verminderd gezichtsvermogen;

Bezoek de cliŽnt in eigen woonomgeving, dan wel houd de bespreking in een rustige omgeving.
5. Beoordeel vervolgens de beslisvaardigheid.
Het gaat daarbij om de volgende vaardigheden (of criteria) die u kunt toetsen door het stellen van open vragen:

A. Het vermogen een keuze uit te drukken.

Vraag bijvoorbeeld:

Kunt u mij vertellen wat de gevolgen zijn van het ondertekenen van de akte?

Bent u het met de inhoud van de conceptakte geheel eens?
Herhaal deze vragen eventueel aan het einde van het gesprek.

B. Het begrijpen van informatie.
Vraag bijvoorbeeld:

Kunt u mij in uw eigen woorden zeggen wat ik u verteld heb over het doel van de notariŽle akte en over de gevolgen?

Kunt u ook in uw eigen woorden vertellen wat ik u verteld heb over de ander mogelijkheden om uw wensen juridisch te regelen?
C. Het beseffen en waarderen van de betekenis van de informatie voor de eigen situatie.
Vraag bijvoorbeeld:

Wat zal het effect daarvan zijn..?

Wat denkt u dat er gebeurt als u niet Ö?

Waarom denkt u dat Ö.heeft aangeraden?
D. Logisch redeneren en het betrekken van informatie in het overwegen van opties.
Vraag bijvoorbeeld:

Wat waren de redenen die belangrijk waren bij het komen tot uw besluitÖÖ?

Hoe heeft u die redenen tegen elkaar afgewogen?

 

D. Conclusie

6. Beslis aan de hand van de onder punt 5. genoemde criteria of de cliŽnt voor het ondertekenen van de notariŽle akte als wilsbekwaam of wilsonbekwaam moet worden beschouwd.

7. Is de cliŽnt volgens u wilsbekwaam voor de gevraagde notariŽle dienstverlening? > De akte kan gepasseerd worden.

8. Is de cliŽnt volgens u wilsonbekwaam voor de gevraagde notariŽle dienstverlening, maar lijkt er kans op herstel? > De akte kan niet gepasseerd worden. Overweeg de kans op herstel van wilsbekwaamheid. Overweeg verdere besluitvorming uit te stellen en volg het stappenplan bij de vervolgbespreking opnieuw.

9. Is de cliŽnt volgens u wilsonbekwaam voor de gevraagde notariŽle dienstverlening, maar er lijkt geen kans op herstel? > De akte kan niet gepasseerd worden. Als de notaris op grond van het bovenstaande van mening is dat wilsbekwaamheid ontbreekt, dan kan een algemeen psychiatrisch/geriatrisch onderzoek uitgevoerd worden door de NIET-behandelend arts ter verificatie.

10. Het is verstandig om de wijze en inhoud van de beoordeling van wils(on)bekwaamheid, als ook het gevoerde overleg daarbij, in het cliŽnt-dossier en de notariŽle akte vast te leggen.


 

 

Vastgesteld door het KNB-bestuur, mei 2006.

Nadere informatie: KNB, Robert Wisse, telefoon 070 3307111 (r.wisse@knb.nl) en KNB-Intranet onder KNB/Basisdocumentatie/Praktijkuitoefening.


 

Bron:
http://www.notaris.nl/priveleven/samenwonen/index.html

 

 

 

Voor het laatst bijgewerkt op 11 oktober 2006

N.b:De inhoud geprojecteerd op deze pagina valt onder geen enkele verantwoording van de CliŽntenraad 'Clifa', alswel de organisatie.

 

   
©2004 by Clifa Evean Oostergouw Zaandam NL.