Dementie is een ziektebeeld dat zich kenmerkt door een geleidelijke
achteruitgang van het geestelijk functioneren. Meestal staan
geheugenstoornissen hierbij op de voorgrond. Alléén geheugenstoornissen maken
iemand nog niet dement, er moet meer aan de hand zijn. Zo is bij dementie h
et uitvoeren van allerlei dagelijkse vaardigheden gestoord, net als de spraak
of het besef van tijd. Het karakter en gedrag van de patiënt kan veranderen
en er kunnen stemmingswisselingen optreden. We spreken pas van dementie, als
deze problemen samen voorkomen en zo ernstig zijn dat ze het functioneren van
een persoon in het dagelijks leven belemmeren.
De meest voorkomende vorm van dementie is de ziekte van Alzheimer. Andere
vormen van dementie zijn vasculaire dementie, frontotemporale dementie, Lewy
body dementie en de ziekte van Parkinson. Sommige vormen zijn zeer zeldzaam
bijvoorbeeld de ziekte van Creutzfeldt-Jakob. Er zijn meer dan zestig
verschillende oorzaken van dementie bekend.
De laatste jaren wordt over de hele wereld veel onderzoek gedaan naar
geneesmiddelen die het ziekteproces kunnen vertragen. Inmiddels zijn er
enkele medicijnen ontwikkeld die in dit opzicht bij sommige patiënten
tijdelijk een gunstig effect hebben. Voor de nabije toekomst verwachten we
niet dat er een geneesmiddel of behandeling gevonden wordt voor de ziekte van
Alzheimer of andere vormen van dementie.
Merkt iemand zelf dat hij dementeert?
Ja, tenminste aanvankelijk wel. Iemand die
lijdt aan de ziekte van Alzheimer weet in het begin misschien niet wat er aan
de hand is, maar beseft wel dat er iets mis gaat. Hij verliest geleidelijk
aan de greep op de wereld. Later in het ziekteproces lijkt het ziektebesef
verloren te gaan. Bij vasculaire dementie heeft de patiënt in de regel veel
langer weet van zijn achteruitgang. Het spreekt vanzelf dat dit veel
onzekerheid, angst, verdriet en opstandigheid met zich mee kan brengen.
Oudere mensen vinden vaak dat hun geheugen achteruitgaat. Bij sommigen
roept dit de angst op aan dementie te lijden. Toch is vergeetachtigheid niet
specifiek voor ouderen, ook jongeren hebben hier last van. Wel is het normaal
dat het geheugen verandert bij het ouder worden. Het kost bijvoorbeeld meer
tijd om informatie uit het geheugen op te roepen. In het algemeen leidt
ouderdom echter niet tot een grote achteruitgang van het geheugen.
De brochure 'Vergeetachtig of dement?', kunt u
hier bestellen.
Er zijn verschillen tussen normale vergeetachtigheid en de stoornissen
zoals die zich voordoen bij dementie:
- Gewone geheugenklachten zijn minder ernstig. Bij gewone
vergeetachtigheid gaat het om details, bijvoorbeeld niet meer precies weten
wie u allemaal hebben gefeliciteerd met uw verjaardag. Iemand met dementie
kan vergeten dat hij zijn verjaardag heeft gevierd. De dementerende vergeet
de hele situatie.
- Bij vergeetachtigheid weet u het wel, maar u kunt er niet opkomen. Een
naam kan later weer te binnen schieten en u herkent de naam feilloos als
iemand anders die noemt. Dat betekent dat de naam wél in het geheugen was
opgeslagen, maar moeilijk kon worden teruggevonden. De herkenning is dus
wel normaal. Bij dementie is het alsof de informatie helemaal uit het
geheugen verdwenen is, waardoor herkenning onmogelijk is.
- Bij vergeetachtigheid kunt u nog nieuwe informatie opnemen, al gaat het
misschien wat langzamer en kost het meer moeite dan vroeger. Bij dementie
komt er weinig of geen nieuws meer in het geheugen omdat het leervermogen
steeds verder afneemt.
- De dementerende vergeet ook wat hij eerder wél wist, de namen van de
kinderen, maar bijvoorbeeld ook hoe je een boterham moet smeren.
- Vergeetachtigheid verstoort het dagelijkse leven niet. Iemand die
vergeetachtig is, kan zijn eigen huishouden doen, de financiën regelen of
ergens naar toe reizen. Bij dementie zal dit al gauw te moeilijk blijken.
- Bij dementie beperken de problemen zich niet tot het geheugen. Er
ontstaan moeilijkheden bij dagelijkse handelingen als aankleden of koken,
of men verdwaalt in bekende omgeving. Ook kunnen er problemen zijn met het
beoordelen van alledaagse situaties waardoor iemand bijvoorbeeld in zijn
pyjama boodschappen
Een bezoek aan de huisarts is gewenst als u bij uzelf of een ander
abnormale vergeetachtigheid of een duidelijke verstoring van het dagelijkse
leven ziet. Abnormale vergeetachtigheid kan zich op vele manieren uiten. Het
onthouden van namen, adressen en telefoonnummers gaat achteruit, men kan de
weg niet meer vinden, raakt dingen kwijt, vergeet het licht of gas uit te
doen of kan niet meer goed met geld omgaan. Een waarschuwingsteken is ook dat
belangrijke afspraken worden vergeten. Een onderzoek door de huisarts is ook
dringend gewenst bij regelmatige valpartijen. Of bij plotseling
krachtverlies in armen of benen, ook als dat langzaam weer herstelt. Let ook
op bij een scheve mondhoek, dubbelzien, bij vaak verslikken of moeilijkheden
bij het praten.
Voor een leek is het bijna onmogelijk zelf te bepalen wat er precies aan
de hand is. Daarom is het van het grootste belang in een vroeg stadium naar
de huisarts te gaan.
Als een patiënt op het spreekuur komt met verschijnselen van dementie zal
de huisarts hem enkele, zo op het eerste gezicht eenvoudige, vragen stellen.
Verder zal hij bloed en urine onderzoek doen en proberen mogelijke
lichamelijke invloeden zoals hormoonstoornissen, vitaminetekorten,
hersentumoren, verkeerd gebruik van medicijnen of een depressie uit te
sluiten. Belangrijk voor u om te weten is dat hij ook met iemand uit de
directe omgeving van de patiënt nagaat welke geheugenstoornissen,
taalproblemen en veranderingen in gedrag er zijn. Dit wordt de heteroanamnese
genoemd.
De huisarts kan, om meer zekerheid over de diagnose te hebben, het eerst
een tijd aankijken. Hij kijkt of de verschijnselen blijvend zijn en na
verloop van enkele maanden erger worden. Als dit zo is, bevestigt dit hem in
het vermoeden dat er waarschijnlijk sprake is van dementie.
Wanneer de huisarts de diagnose dementie heeft gesteld zal hij de patiënt
vaak doorsturen naar een gespecialiseerde instelling. Hier kan de diagnose
worden bevestigd en zal de oorzaak (bijvoorbeeld ziekte van Alzheimer of
vasculaire dementie) worden vastgesteld.