| |
|
Dementie: Ondersteuning en opvang
Gedurende
het gehele proces van dementie is ondersteuning en opvang heel belangrijk
voor zowel de cliënt als relatie / familie / mantelzorger.
De zorg bij dementie
Onderstaande patiëntenbrief is oorspronkelijk bedoeld als ondersteuning van
het consult door de huisarts. De huisarts geeft de brief mee aan patiënten
met de betreffende ziekte of aandoening. De tekst gaat ervan uit dat de
patiënt al door de huisarts is gezien en dat de informatie uit de brief is
besproken.
De adviezen in de brief gelden alleen voor mensen bij wie de diagnose is
gesteld. De informatie dient niet als vervanging van een consult door de
huisarts. Bedenk bij het lezen dat uw gezondheidssituatie anders kan zijn als
in de teksten wordt beschreven.
De zorg voor iemand met dementie is
zwaar. Het vergt veel inzet en geduld. Het valt niet mee als iemand die je
goed kent geleidelijk verandert. Het is eigenlijk een soort rouwproces:
degene van wie je houdt, is niet meer zoals hij (of zij) was. Familieleden en
verzorgers kunnen hierbij steun gebruiken, zowel emotionele steun als
daadwerkelijke praktische hulp. Iemand met dementie gaat steeds verder
achteruit en wordt steeds hulpbehoevender. Het is goed om hiermee rekening te
houden en tijdig maatregelen te treffen voor een volgende fase.
De mate van hulpbehoevendheid
De mate van hulpbehoevendheid verschilt per patiënt:
Iemand met beginnende dementie kan behoefte hebben aan begeleiding.
Hij (of zij) kan veel zelf, maar heeft bijvoorbeeld hulp nodig bij het kiezen
van kleding of bij het boodschappen doen. De patiënt is nog goed in staat
enkele uren per dag alleen gelaten te worden in de eigen omgeving. Voor de
veiligheid kunnen maatregelen genomen worden, bijvoorbeeld ten aanzien van
autorijden. U kunt aansluiting aan een centraal alarmeringssysteem aanvragen
of de patiënt een naamplaatje laten dragen.
Er ontstaat behoefte aan verzorging, als iemand enkele malen per dag
hulp nodig heeft, zoals bij wassen en aankleden. De patiënt kan overdag
minder lang of niet meer alleen gelaten worden.
Behoefte aan verpleging ontstaat, als iemand bij bijna alle dagelijkse
handelingen volledig geholpen moet worden, zoals bij eten, drinken, wassen,
aankleden en naar de wc gaan. Of als de patiënt incontinent wordt (de plas of
poep niet meer kan ophouden), 's nachts niet naar bed wil, zomaar aan de
wandel gaat of niet meer in staat is zich te verplaatsen. Er kunnen ook
andere gedragsproblemen zijn waardoor dag en nacht verpleging nodig is.
Hulpverlenende instanties
Informatie
In het begin hebben familieleden en verzorgers vooral behoefte aan informatie.
Deze is verkrijgbaar bij de patiëntenvereniging Stichting Alzheimer
Nederland (tel. 030-65 96 900, www.alzheimer-ned.nl). De regionale
afdelingen organiseren Alzheimer cafés, gespreksgroepen, en vakanties voor
patiënten en verzorgers. Er is ook een Alzheimer telefoon, die dag en nacht
bereikbaar is (tel. 030-65 67 511).
Daarnaast wordt de behoefte aan praktische hulp en emotionele steun steeds
belangrijker. Hieronder volgt een overzicht van hulpverlenende instanties. De
organisatie van de hulpverlening kan per plaats verschillen.
Begeleiding
Bij de afdeling ouderen van het RIAGG werken verpleegkundigen die
contact onderhouden met de patiënt en de verzorgers. Zij kunnen helpen met
het tijdig organiseren van extra hulp. Eventueel regelen zij aanmeldingen
voor dagbehandeling en verpleeghuis. Soms organiseren zij gespreksgroepen
voor familie en verzorgers.
Wijkgerichte vrijwilligersorganisaties en gecoördineerd ouderenwerk
kunnen praktische zaken regelen, zoals gezelschap ('oppas'), hulp bij
boodschappen, hulp bij klussen in huis, vervoer, de aansluiting aan een
centraal alarmeringssysteem, maaltijdvoorziening en dagopvang.
Verzorgingshuizen hebben meestal een afdeling voor dagopvang van (licht)
demente ouderen: zogenaamde meerzorgafdelingen of huiskamerprojecten. Deze
bieden een eenvoudig programma aan, gericht op gezelligheid.
Versiedatum:
april 2004
Landelijk Dementieprogramma
Familieleden van dementerende ouderen weten lang niet altijd bij welke
instanties zij terecht kunnen voor hulp. Huisartsen zijn vaak alleen bekend
met het medische circuit. Voorzieningen waar dementerenden en hun
mantelzorgers gebruik van kunnen maken op het terrein van welzijn en wonen,
kennen zij niet altijd.
De Gezondheidsraad constateerde in 2002 dat er een gebrek aan samenhang is
tussen de verschillende instanties die zich bezighouden met het welzijn van
en de zorg voor demente ouderen. In opdracht van het ministerie van VWS heeft
NIZW Zorg een werkboek ontwikkeld waarmee regio’s het aanbod op terrein van
zorg en welzijn aan demente ouderen en hun mantelzorgers beter kunnen
afstemmen.
Op 2 november 2004 werd het werkboek Landelijk Dementieprogramma door de heer
Simons, voorzitter van de Raad van Bestuur van het NIZW, aangeboden aan
mevrouw Ross-van Dorp, Staatssecretaris voor Volksgezondheid.
U kunt hier het
werkboek in PDF bestand downloaden

Deze site is voor het laatst bijgewerkt op 15 december 2004
NB. De hierbij
vermelde gegevens vallen onder geen enkele verantwoordelijkheid van de
Clientenfamilieraad en of management van Evean Oostergouw
|