[Lees voor patiënt
>> cliënt]
Wet - en
regelgeving
Waarom is allerlei wet-
en regelgeving nodig? Uiteindelijk gaat het om een respectvolle
menselijke omgang. Dat is niet moeilijk als het om twee
gelijkwaardige partijen gaat, die elkaar voldoende tegenspel
kunnen bieden. Verpleeghuisbewoners verkeren echter in een
afhankelijke positie.
Afhankelijk van het personeel, afhankelijk van de organisatie.
Uiteindelijk is alle wet – en regelgeving een neerslag van
algemeen geaccepteerde normen. De regels hoe men met elkaar om zou
moeten gaan worden daarin vastgelegd.
Patiëntenrechten
staan sinds een aantal jaren flink in de belangstelling en zijn
volop in ontwikkeling. Sommige van die rechten zijn in een (wet)svoorstel
vastgelegd, andere in regelgeving, bijv. in de richtlijnen van de
Inspectie voor de Gezondheidszorg of de modelregeling
zorgverleningsovereenkomst verpleeghuis-bewoner.
Hoewel niet afdwingbaar, zijn dit algemeen geaccepteerde normen
en geven deze regels een aantal zorgvuldigheidsvereisten weer.
Een hulpverlener of instelling kan hierop aangesproken worden.
De patiëntenrechten worden steeds meer bij wet geregeld.
Patiëntenwetgeving die voor de psychogeriatrie van
belang is:
-
Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO, 1 april
1995)
-
Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ,
17 januari 1994)
-
Wet Mentorschap voor meerjarige onbekwamen (1 januari 1995)
Regelgeving
-
Modelregeling zorgverleningsovereenkomst
verpleeghuis-bewoner (Nederlandse Verenging voor Verpleeghuiszorg,
maart 1994)
Patiëntenrechten
De patiëntenrechten
zijn afgeleid van het zelfbeschikkingsrecht. Ze zijn vastgelegd in
de Wet op de Geneeskundige Behandelings Overeenkomst (WGBO).
Iedereen heeft het recht om met eigen lijf en leven te doen wat
hij wil, zijn leven naar eigen inzicht in te richten en eigen
keuzes te maken.
In de hulpverleningsrelatie is de patiënt de zwakkere,
afhankelijke partij. De WGBO wil de positie van de patiënt
versterken en zodoende een gelijkwaardige relatie tussen
hulpverlener en patiënt bevorderen. De wet geeft inhoud aan de
zorgverleningsovereenkomst door de rechten en verplichtingen van
patiënt en hulpverlener vast te leggen. De wet legt voor de
patiënt vooral rechten en voor de hulpverlener vooral plichten
vast.
De wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ)
geeft regels voor opname en verblijf in psychiatrische
ziekenhuizen, zwakzinnigeninrichtingen en psychogeriatrische
(afdelingen van) verpleeghuizen.
Het bijzondere aan deze opnemingen is dat ze
vaak niet vrijwillig geschieden; patiënten worden tegen hun wil
opgenomen en soms gedwongen behandeld. De BOPZ moet extra
zorgvuldigheid bij dergelijke vrijheidsberoving – en beperking
bewerkstelligen. Belangrijk voor de cliënten (familie) raad zijn
de regels die de BOPZ geeft voor het zorgplan en de regels die de
BOPZ geeft bij het toepassen van middelen en maatregelen.
De WGBO geeft de algemene regels inzake
patiëntenrechten, de BOPZ bijzondere voor de in de wet omschreven
niet vrijwillige opnemingen.
De modelregeling zorgverleningsovereenkomst
verpleeghuis-bewoner is gebaseerd op deze twee wetten. In de
modelregeling zijn de wetten vertaald voor de praktijk van de
verpleeghuizen. De regeling legt de rechten en plichten vast die
verpleeghuis en bewoner ten opzichte van elkaar hebben.
Het gaat om de volgende zaken:
-
vertegenwoordiging;
-
algemene informatie over de gang van zaken in het
verpleeghuis;
-
informatie en overleg over en instemming met het zorgplan;
-
gebruik van middelen en maatregelen;
-
privacy.
*
Vertegenwoordiging
De patiëntenrechten zijn allemaal
persoonlijke rechten. Wat nu, als iemand niet meer in staat is
zelf te bepalen wat goed voor hem is en een weloverwogen
beslissing te nemen? Demente bewoners zijn veelal wilsonbekwaam en
kunnen niet zelf gebruikmaken van hun rechten. Zij zijn, zoals dat
heet, in niet staat tot een redelijke waardering van hun belangen.
Wie zijn wil niet kan bepalen, kan dus ook bijvoorbeeld geen
toestemming geven voor een (medische) behandeling. Daarom zijn er
diverse regelingen voor de vertegenwoordiging. De in de
psychogeriatrische verpleeghuizen gegroeide praktijk van de
(familie) contactpersoon heeft hiermee een wettelijke basis
gekregen.
Voor vertegenwoordiging op het financiële vlak zijn het
beschermingsbewind en de curatele bestemd. Voor vertegenwoordiging
op het gebied van verzorging en medische behandeling geven de wet
Mentorschap, WGBO en de BOPZ regels.
De laatste twee wetten wijzen, als de patiënt niet zelf voor
zijn belangen op kan komen, een vertegenwoordiger aan. De wetten
hanteren hierin een volgorde: curator, mentor, persoonlijk
schriftelijk gemachtigde, echtgenoot/levensgezel,
ouder/kind/broer/zus. In psychogeriatrische verpleeghuizen zal
meestal de echtgenoot/levensgezel of een kind als
vertegenwoordiger (contactpersoon) optreden. De contactpersoon
heeft recht op informatie en overleg over zaken die de verpleging
en verzorging betreffen, zoals medicatie, de toepassing van
middelen en maatregelen, overplaatsing en het zorgplan.
* Recht op informatie
Toestemming kun je alleen maar geven als je
weet waarvoor je toestemming geeft, wat de diagnose is, wat de eventuele
risico's zijn bij al dan niet behandelen, etc. Geen behandeling zonder
toestemming en geen rechtsgeldige toestemming zonder informatie. De patiënt
heeft recht op begrijpelijke informatie over verzorging, verpleging en
medische behandeling. Ook de vertegenwoordiger heeft recht op die informatie.
* Toestemmingsvereiste
Uit het zelfbeschikkingsrecht vloeit het
toestemmingsvereiste voort. Wie over eigen lijf en leden beschikt en beslist
moet voor een medische behandeling of voor verzorging/verpleging dus
toestemming geven. In een noodsituatie wordt de toestemming verondersteld.
Bijvoorbeeld als iemand een ongeluk heeft gehad, buiten bewustzijn is en er
een levensreddende ingreep moet worden verricht.
De vertegenwoordiger van de
(demente) patiënt heeft een belangrijke stem in beslissingen over behandeling
en verzorging. de curator, mentor en de vertegenwoordiger van een
niet-vrijwillig opgenomen bewoner (BOPZ) moeten toestemming geven voor
behandeling en verzorging.
* Recht op inzage en afschrift
De patiënt heeft dus ook recht op
informatie over wat er in zijn dossier staat. En de patiënt moet desgewenst
een kopie krijgen van dat dossier. De contactpersoon kan vragen om inzage in
het dossier voor zover dat voor de behandeling in het verpleeghuis van belang
is. In psychogeriatrische verpleeghuizen heeft de contactpersoon, als
vertegenwoordiger van de demente patiënt, recht op inzage en kan om een
afschrift vragen.
* Recht op geheimhouding en privacybescherming De hulpverlener heeft
een zwijgplicht; wat de patiënt met hem bespreekt of wat hij in het kader van
de behandeling weet moet hij geheim houden. Hij mag dit natuurlijk wel met
medebehandelaars (het zorgteam) bespreken.
De patiënt heeft recht op
bescherming van privacy-gevoelige gegevens. Ook valt hieronder dat medische
en verpleegkundige handelingen buiten gehoor - en gezichtsafstand van anderen
plaatsvinden.
* Recht op klachtbehandeling
De patiënt/ bewoner heeft er recht op dat er
serieus naar klachten geluisterd wordt en dat er gezocht wordt naar een
oplossing. In een goed verpleeghuis zijn veel klachten. Daar heerst een
klimaat, waarin de bewoners of hun familieleden zich vrij voelen om een
klacht in te dienen.
►
Klik hier
voor
Leidraad voor Cliëntenraden
