Mondzorg

AWBZ
Op basis van hun AWBZ-indicatie hebben
cliënten van zorginstellingen recht op goede zorg. Dit geldt ook voor
mondzorg. Het is de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder dat deze zorg
beschikbaar is voor de cliënten.
Hieronder verstaat de Kwaliteitswet
Zorginstellingen zorg die doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt
verleend en afgestemd is op de reële behoeften van de cliënt. Een goed
mondzorg-beleid is erop gericht dat alle cliënten van de instelling
(professionele) mondzorg op maat krijgen.
Conform de Normen voor Verantwoorde
Zorg dient de instelling dit beleid te expliciteren en schriftelijk vast te
leggen. Relevant is dat de instelling een behandelovereenkomst met een
tandarts sluit. In de overeenkomst is vastgelegd dat de tandarts binnen zes
weken na opname, of zoveel
eerder als nodig is, het orofaciale systeem van cliënten inventariseert en
een mondzorgplan (als onderdeel van het integrale zorgplan) opstelt.
Cliënten zijn niet verplicht de
desbetreffende tandarts als
behandelaar te accepteren. Indien cliënten ervoor kiezen zich door een andere
tandarts te laten behandelen, is het van belang dat de verleende
professionele mondzorg wordt geregistreerd in het zorgdossier.
Dertig procent van de cliënten die in
AWBZ instellingen verblijven bezitten nog over (een deel van) de eigen
dentitie, waarvan (minstens) 75 procent van deze cliënten zijn voor de
(mond)verzorging afhankelijk van anderen.
Toch is de mondzorg op dit moment in veel instellingen onvoldoende ingebed in
de dagelijkse praktijk van zorg. Dit heeft gevolgen voor de kwaliteit van
leven van de cliënten.
Tips
Wijs binnen
de eigen organisatie een ‘trekker’ aan (bijvoorbeeld een ondzorg- of
preventie assistent), maak met elkaar een plan van aanpak en ga aan de slag.
Investeren en
herhalen, herhalen, herhalen.
Op iedere
afdeling minstens één verzorgende opleiden tot mondzorgcoördinator.
Verzorgenden
laten meekijken met de tandarts, om angst en onbekendheid weg te nemen.
Tandartsen
zouden zich meer kunnen laten zien op de afdelingen en in opleidingen voor
toekomstig personeel aandacht besteden aan mondverzorging.
Uit de workshop van het CVZ bleek dat het interpreteren van de regels lastig
is. Wanneer mensen hier vragen over hebben kunnen zij contact opnemen met het
CVZ.

Handboek, richtlijn en declaratiewijzer
Praktische handvatten voor het
realiseren van Integrale Mondzorg binnen de eigen organisatie zijn te vinden
in het SIGRA Handboek Integrale Mondzorg en de NVVA Richtlijn Mondzorg. Want
alleen de aanwezigheid van een tandarts is niet voldoende. Ook
verpleeghuisartsen, teamleiders, verpleegkundigen, verzorgenden, logopedisten
en mondhygiënisten spelen een essentiële rol. En vervolgens de samenwerking
tussen al deze disciplines. Wat de rol van de verschillende disciplines is en
hoe de samenwerking er uit kan zien staat in het handboek en de richtlijn.
Zowel het Handboek, als de NVVA richtlijn en de declaratiewijzer van het CVZ
zijn goede hulpmiddelen voor diegenen die willen weten waar goede mondzorg
aan moet voldoen en hoe dit vorm gegeven kan worden. En de NVVA richtlijn
wordt onderdeel van de norm verantwoorde zorg. Daar kunnen instellingen dus
op aangesproken gaan worden.

Implementatie
Volgens VWS ligt de
verantwoordelijkheid voor het daadwerkelijk uitvoeren van goede mondzorg nu
bij de instellingen. Kwaliteit kost geld, maar er is niet altijd extra
geld nodig om kwaliteit te leveren.
Aangezien het implementatietraject een ingewikkeld proces kan zijn, biedt de
NVVA, in het kader van Zorg voor Beter, een begeleid implementatietraject
Mondzorg aan. Op basis van de mogelijkheden, kansen en knelpunten in de eigen
organisatie van deelnemers wordt gewerkt aan een duurzame structuur voor een
goed mondzorgbeleid. Aan het implementatietraject zijn geen kosten verbonden.

zie hier de
Richtlijn Mondzorg
|