Na het overlijden van de zorgvrager kan
er bij de nabestaanden, maar mogelijk ook bij de zorgverleners behoefte
bestaan aan nazorg, bijvoorbeeld in de vorm van een afrondend gesprek. Voor
deze nazorg dient uitdrukkelijk tijd en ruimte te zijn.
Het doel van de nazorg aan nabestaanden is om hen te helpen bij de
rouwverwerking en om problemen in de rouwverwerking te signaleren.
Het is niet alleen het bieden van een luisterend oor aan de achterblijvende
partner, maar ook actief luisteren. Wat bedoelt de cliënt te zeggen? Die
signalen moeten we er uit halen, dat kan bijvoorbeeld gezondheidsproblemen
voorkomen. Aanbevelingen tot nazorg bij overlijden kan bestaan uit:
► AANDACHTSPUNTEN
VOOR NAZORG AAN NABESTAANDEN
Na het overlijden zijn de volgende punten van belang:
- Bieden van eerste begeleiding tijdens het rouwproces. Via een:
• rouwkaart, verstuurd door de (cliëntenraad) familieraad en/of door de afdeling
• telefoontje
- Het geven van eerste zakelijke informatie over begraven, cremeren,
zakelijke aangelegenheden en dergelijke. Doorverwijzen naar de daarvoor
aangewezen instanties, zoals de begrafenisondernemer;
- Aanwezigheid bij de uitvaart.
- De nabestaanden in de gelegenheid stellen om gevoelens van verlies te
uiten. In een later stadium (een later gesprek) kunnen de volgende punten
aan de orde komen;
• aandacht besteden aan de ervaringen van de nabestaanden:
• hun herinneringen aan het proces;
• hun emoties,
• hun oordeel over de gegeven informatie (kan eventueel ook schriftelijk
via een enquêteformulier);
• de ervaren begeleiding en ondersteuning (of het gebrek daaraan) tijdens
het
proces en de voorbereiding op het sterven van de zorgvrager;
- Uitleg geven over de verschillende fasen in een rouwproces;
- Het geven van voorlichting over lotgenotencontact, rouwverwerkinggroepen
en dergelijke;
- Indien nodig doorverwijzen naar specifieke professionele zorgverleners of
instellingen. Een gesprek met de nabestaanden kan zowel door de
verpleeghuisarts als door verpleegkundigen, verzorgenden, contactpersoon (cliëntenraad)
familieraad of andere betrokken zorgverleners (bijvoorbeeld de geestelijke
verzorger) gevoerd worden.
Dit is afhankelijk van de behoeften van de nabestaanden.
► AANDACHTSPUNTEN VOOR NAZORG AAN ZORGVERLENERS
De zorgverleners kunnen ook zelf behoefte hebben aan een of meer
nagesprekken over het verloop van de laatste levensfase van een zorgvrager.
De gesprekken hebben een tweeledig doel. Enerzijds stelt dit de
zorgverleners in
staat hun eigen ervaringen te verwerken en anderzijds heeft dit tot doel om
door de evaluatie van het verloop van de laatste levensfase na te gaan of
er verbeteringen in de zorgverlening nodig zijn.
In gesprekken kunnen de volgende punten aan de orde komen:
- De manier waarop de laatste levensfase van de zorgvrager verlopen is;
- De eigen emoties van de zorgverleners rond het sterven van deze
zorgvrager;
- Het omgaan met de emoties van de zorgvrager en zijn naasten;
- De genomen beslissingen, de argumenten en de wijze waarop deze
beslissingen tot stand gekomen zijn;
- Het multidisciplinaire overleg, het overleg tussen verpleegkundigen en
verzorgenden onderling en het overleg tussen verpleegkundigen/verzorgenden
en de verpleeghuisarts(en);
- De verslaglegging;
- De overdracht van diensten.
Het is wenselijk dat er in ieder geval in een gezamenlijk gesprek van
verpleegkundigen, verzorgenden en verpleeghuisarts(en) een evaluatie van de
laatste levensfase van de zorgvrager plaatsvindt.
Daarnaast kunnen verpleegkundigen/verzorgenden en ook verpleeghuisartsen
aan de hand van de door de nabestaande(n) ingevulde checklist/
enquêteformulier onderling in gesprekken aandacht besteden aan
bovengenoemde punten.
► RESUMEREND:
Het is wenselijk om vier weken na het overlijden een evaluatiegesprek met
de nabestaande (n) te houden.
Zes weken na het overlijden stuurt men de nabestaande(n) een
enquêteformulier (checklist) toe.
De nazorgfunctie speelt zowel naar de nabestaande als naar zorgverlening
een cruciale rol.
Ieder kwartaal of 2 maal per jaar is er een herinneringsviering voor nabestaanden, waarin de
overledenen worden herdacht. Hierbij zijn vertegenwoordigers van de
afdeling en (cliëntenraad) familieraad aanwezig.