
Wettelijke regelingen
Verwijzingen BOPZ WGBO Kwaliteitswet Wet Klachtrecht WMCZ WMO
► Verwijzingen
Internetverwijzing met alle
Wetten
overzichtelijk bij elkaar:
http://www.recht4all.nl/wetten/wetten.htm
►
Uw positie als patiënt.
Wat doet de overheid daaraan?
De positie van de patiënt of cliënt
in de zorgsector is de laatste decennia sterk veranderd. Patiënten zijn
mondiger geworden en er is meer sprake van een gelijkwaardige relatie tussen
patiënt en hulpverlener. Deze tendens wordt door de overheid ondersteund
en versterkt, onder meer via een aantal wetten die de positie van de consument
in de zorgsector proberen te versterken en eisen stellen aan de kwaliteit
van de zorgverlening.
►
Folder Klachtrecht: Waarover, wie en
hoe
►
Een informatieve folder
uitgegeven door mw. mr. F. Pais,
wetgevingsjurist, ministerie van VWS.
►
Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg
(BIG)
Op 9 november 1993 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel Beroepen
in de Individuele Gezondheidszorg (BIG) aangenomen. De Wet BIG bevat
regels voor zorgverlening door beroepsbeoefenaren en richt zich op
de kwaliteit van de beroepsbeoefening en de bescherming van de
patiënt. De BIG is een kaderwet, die alleen de grote lijnen
aangeeft. Veel zaken moeten nog worden geregeld bij Algemene
Maatregel van Bestuur. Met het oog op een zorgvuldige uitvoering van
de Wet BIG wordt deze niet in één keer, maar gefaseerd in werking
gesteld.
www.bigregister.nl
► BOPZ
Wet Bijzondere Opnemingen Psychiatrische
Ziekenhuizen (BOPZ)
Op 17 januari 1994 is de Wet Bijzondere
Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) in werking getreden, de BOPZ
vervangt de oude
krankzinnigenwet van 1884. Een bijzondere
opneming (= opname) komt aan de orde als de patiënt niet vrijwillig wil
worden (of is) opgenomen en als er sprake is van gevaar ten gevolge van een
geestesstoornis. De nieuwe regelgeving gaat uit van het gevaarscriterium.
De BOPZ bevat groot aantal bepalingen die de rechten van de gedwongen opgenomen
patiënt beschrijven.
http://www.minvws.nl/dossiers/bopz/
► WGBO
Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst
(WGBO)
De verbeterde positie van de patiënt
komt misschien wel het sterkst tot uitdrukking in de Wet op de Geneeskundige
Behandelingsovereenkomst (WGBO) die op 1 april 1995 in werking trad. In deze
wet wordt een aantal rechten en plichten van patiënten en hulpverleners
vastgelegd.
De WGBO regelt de relatie tussen patiënt en hulpverlener
en legt hun rechten en plichten vast. De rechten van de patiënt zijn de plichten
voor de hulpverlener.
Recht op informatie
De hulpverlener vertelt de patiënt duidelijk wat er aan de
hand is, welke behandeling nodig is en of daaraan risico's zijn verbonden. Eventueel wijst de hulpverlener op alternatieven. Met deze informatie kan
de patiënt weloverwogen beslissen over de behandeling.
Toestemmingsvereiste
De hulpverlener mag de patiënt alleen behandelen als deze toestemming geeft. Vaak gaan hulpverleners stilzwijgend van toestemming uit. Bij ingrijpende behandelingen wordt uitdrukkelijk
om toestemming gevraagd. In acute situaties, als de patiënt
buiten kennis is, hoeft de hulpverlener geen toestemming van de patiënt af
te wachten.
Inzage in het medisch dossier
De patiënt heeft recht op inzage in zijn medisch dossier;
hij mag ook een kopie vragen. Alleen hijzelf en de hulpverleners die hem behandelen mogen het dossier inzien. Als de patiënt het niet eens is
met de inhoud, kan hij de hulpverlener verzoeken om deze aan te passen of een
eigen verklaring toevoegen.
Privacy
Het medisch dossier en de gesprekken tussen patiënt en hulpverlener zijn vertrouwelijk. Alleen personen die bij de behandeling zijn
betrokken zijn op de hoogte.
Vertegenwoordiging
Als de patiënt niet in staat is om zelf te beslissen (bijvoorbeeld
wegens dementie of coma), kan hij zich door een ander laten vertegenwoordigen.Dat
kan een officieel benoemde curator zijn, of een familielid of partner. Deze vertegenwoordiger besluit in het belang van de patiënt.
In een
wilsverklaring kunnen patiënten hun wensen vastleggen om
niet behandeld te worden, voor het geval ze zelf niet meer kunnen beslissen.
Bij kinderen tot twaalf jaar beslissen de ouders of voogd, kinderen tussen twaalf en zestien jaar moeten samen met hun ouders/voogd
toestemmen in behandeling. Boven de zestien jaar kunnen mensen zelfstandig
beslissen.
Plichten van de patiënt
De patiënt moet de hulpverlener duidelijk en volledig informeren
en de
hulpverlener betalen voor zijn diensten.
http://www.minvws.nl/dossiers/wet-op-de-geneeskundige-behandelingsovereenkomst-wgbo/ www.knmg.nl
►Kwaliteitswet
- WTZI
Kwaliteitswet Zorginstellingen
Hoewel patiënten in eerste instantie
weinig zullen merken van invoering van de Kwaliteitswet Zorginstellingen is
de wet uiteindelijk wel voor hen bedoeld.
Het gaat erom dat ook in de toekomst
voor iedereen een goede kwaliteit van zorg gewaarborgd blijft.
A. De Kwaliteitswet zorginstellingen
Op 1 april 1996 is de Kwaliteitswet zorginstellingen in werking
getreden. De wet stelt slechts globale eisen aan de zorg in plaats van vele
en gedetailleerde normen; de eigen verantwoordelijkheid van de zorginstelling
voor kwalitatief goede zorg is het uitgangspunt. De individuele zorginstelling
(of koepelorganisatie) moet de algemene eisen die de wet stelt zelf na der
uitwerken en invullen. De Kwaliteitswet is van toepassing op álle instellingen
(ziekenhuizen, verpleeghuizen, RIAGG's, privé-klinieken etc.) in de
zorgsector.
Kwaliteitseisen
Instellingen in de zorgsector moeten om zorg van goede kwaliteit
aan vier kwaliteitseisen voldoen.
1. Verantwoorde zorg
Dat wil zeggen van goed niveau, die in ieder geval doeltreffend,
doelmatig en patiëntgericht is.
2. Op kwaliteit gericht beleid
Dat betekent een goede organisatie, hetgeen onder meer tot uiting
komt in een goede interne communicatie en voldoende en capabel personeel.
Verder moet duidelijk wie welke werkzaamheden uitvoert en wie
daarvoor verantwoordelijk is. Ook zijn instellingen verplicht in hun
kwaliteitsbeleid de resultaten van overleg tussen zorgaanbieders, zorgverzekeraars
en patiëntenorganisaties te verwerken. Een eis van een wat andere orde
is dat voor patiënten die gedurende een etmaal of langer in een instelling
verblijven geestelijke verzorging beschikbaar moet zijn.
3. Kwaliteitssystemen
Ten derde dienen zorginstellingen een kwaliteitssysteem op te
zetten. Centraal in een kwaliteitssysteem staan altijd de expliciet geformuleerde
normen waaraan een instelling (of koepelorganisatie ) zelf vindt dat
ze zou moeten voldoen. Een kwaliteitssysteem moet regelmatig getoetst worden
door de instelling of door een andere organisatie, zoals de Inspectie voor
de Gezondheidszorg.
4. Jaarverslag
De Kwaliteitswet eist dat zorginstellingen een jaarrapport over
de kwaliteit van de zorg in hun instelling uitbrengen. In dit verslag legt
de instelling verantwoording af over het gevoerde kwaliteitsbeleid en de
kwaliteit van de verleende zorg. Daarbij moet specifiek aandacht worden besteed
aan de betrokkenheid van patiënten bij het kwaliteitsbeleid, aan de
frequentie waarmee en de manier waarop binnen de instelling kwaliteitsbeoordeling
plaatsvindt en aan de manier waarop de instelling met klachten en meldingen
van patiënten en consumenten omgaat. Het verslag moet voor 1 juni aan
de Inspectie voor de Gezondheidszorg, het regionale patiënten/ consumenten
platform (RPCP) en de minister van volksgezondheid worden verstuurd.
Toezicht en handhaving
De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) houdt toezicht op de
naleving van de Kwaliteitswet. Omdat de Kwaliteitswet de eerste verantwoordelijkheid
voor het leveren van verantwoorde zorg bij de zorginstelling zelf legt, zal
het accent bij het toezicht vooral liggen op de manier waarop een instelling
de eigen kwaliteit bewaakt, beheerst en verbetert. De overheid blijft eindverantwoordelijk
voor de kwaliteit van de zorgverlening in Nederland. Daarom kent de wet een
aantal bepalingen om de wet te kunnen handhaven. De minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport krijgt de bevoegdheid een aanwijzing te geven aan instellingen
die in hun zorg aan patiënten tekortschieten. In die aanwijzing geeft
de minister een termijn aan waarbinnen aan de gestelde eisen moet worden voldaan.
Daarnaast kunnen de inspecteurs voor de gezondheidszorg instellingen een
bevel geven om bepaalde maatregelen te nemen. Er moet dan sprake zijn van situaties
die ernstig en direct gevaar opleveren voor de gezondheid van patiënten. Wanneer een instelling de aanwijzing van de minister of het bevel
van de inspecteur niet opvolgt, riskeert zij bestuursdwang of een dwangsom.
Tenslotte kan de overheid bij algemene maatregel van bestuur nadere
kwaliteitsregels stellen als blijkt dat de kwaliteit van zorg in een bepaalde
sector
onvoldoende is.
http://www.minvws.nl/dossiers/wtzi/
► Wet Klachtrecht
Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector
Verder is op 1 augustus 1995 de Wet
Klachtrecht Cliënten Zorgsector in werking getreden. Deze wet stelt
zorgaanbieders (zowel instellingen als individueel werkzame beroepsbeoefenaren)
verplicht een toegankelijke klachtenregeling te ontwikkelen. Patiënten
en cliënten kunnen hier met al hun klachten over de verleende zorg terecht.
Voor de zorgaanbieder kan het opvangen, behandelen en registreren van klachten
een kwaliteitsinstrument zijn. Van klachten en meldingen is immers te leren.
In de Kwaliteitswet is dan ook opgenomen dat een instelling in het kwaliteitsjaarverslag
moet ingaan op de klachtbehandeling.
www.postbus51.nl/
www.klachtenopvangzorg.nl/
► WMCZ
Wet Medezeggenschap Cliënten
Zorginstellingen
Tenslotte is op 1 juni 1996 de Wet Medezeggenschap
Cliënten Zorginstellingen in werking getreden. Deze wet verplicht zorginstellingen
een zogenaamde
cliëntenraad in te stellen. Dit
is een soort ondernemingsraad van patiënten en cliënten die op
vele punten adviesbevoegdheid krijgt. Zo kan de cliëntenraad adviseren
over de begroting, over de jaarrekening, over het eten, maar ook over het
kwaliteitsbeleid van de instelling.
www.postbus51.nl/
www.loc.nl
► WMO
Het
kabinet wil de kosten van
de zorg beter beheersen. Minister Hoogervorst van VWS (Volksgezondheid)
heeft daarom voor 2006 een nieuwe wet aangekondigd die de zorg op
locaal niveau moet regelen: de ‘Wet maatschappelijke ondersteuning’.
Deze zal voor mensen die zorg nodig hebben heel belangrijk worden. Behalve kostenbeheersing noemt het ministerie nog een
reden voor de nieuwe wet. De overheid wil meer zaken
decentraal uitvoeren, om daarmee beter aan te sluiten
bij de locale situatie. Gemeenten krijgen meer taken op
allerlei gebieden, waaronder de zorg. De Wet
maatschappelijke zorg (Wmz) zal vanaf 2006 vormen van hulp vergoeden
die nu uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) worden
betaald, zoals de huishoudelijke hulp, persoonlijke verzorging en
bepaalde vormen van begeleiding. Daarnaast zal de Wet
maatschappelijke zorg de huidige Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg)
en de Welzijnswet gaan vervangen. Waarschijnlijk zullen de
welzijnsgerichte hulpmiddelen, die nu via de Ziekenfondswet geregeld
zijn, via de Wet maatschappelijke zorg geregeld worden. De nieuwe
Wmz wordt uitgevoerd door de gemeenten. Zij krijgen een deel van het
budget dat nu voor de AWBZ bestemd is.
www.invoeringwmo.nl/

Deze site is voor het laatst bijgewerkt op 4 februari 2008
NB. De hierbij
vermelde gegevens vallen onder geen enkele verantwoordelijkheid van de
Clientenfamilieraad en of management van Evean Oostergouw
|