Clifa logo
Contact
Adres ][ Adress
Gastenboek ][ Guestbook
Route Hulp ][ Travel Help
    Naar Huis ][ Back Home

 

Uw rechten als patiŽnt zijn onder andere vastgelegd in de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). Hoe een klacht over een zorgverlener moet worden opgelost staat in de Wet klachtrecht cliŽnten zorgsector (Wkcz).

Recht op behandeling

Iedereen heeft recht op behandeling door een arts. Een arts mag bij de behandeling geen onderscheid maken op grond van verzekering, geloofsovertuiging of uiterlijk. Er zijn twee belangrijke uitzonderingen waarbij een arts een behandeling wel mag weigeren:

  1. Als de behandeling tegen zijn geweten ingaat. Zoals euthanasie.
  2. Bij een zinloze medische handeling. Zoals een behandeling die niet tot beterschap zal leiden.

De vereisten voor medisch zinvolle handelingen zijn:

  • Het handelen van de arts draagt bij aan verbetering van de gezondheid van de patiŽnt.
  • De behandeling is redelijk in verhouding tot het doel.
  • De patiŽnt is niet te ziek om nog te worden behandeld.

Een arts zal hierbij altijd de voor- en nadelen moeten afwegen.

BeŽindiging

Een arts kan de behandeling aan u beŽindigen. Daarvoor moet een geldige reden zijn en bovendien moet hij of zij dat goed motiveren. De arts mag de behandelingsovereenkomst alleen beŽindigen als:

  • De arts persoonlijke gevoelens voor u heeft die de behandeling belemmeren.
  • De arts met zijn praktijk stopt. De arts zal u dan naar een collega moeten verwijzen.
  • De vertrouwensrelatie tussen de arts en u is verstoord.
  • U vraagt om een behandeling die tegen de medische standaard en het geweten van de arts in gaat, bijvoorbeeld euthanasie.

De arts moet er ook voor zorgen dat u de zorg krijgt die u nodig heeft. Totdat u een nieuwe arts heeft gevonden moet hij u nog behandelen.

Second Opinion

Als u de mening van een andere arts wilt horen, kunt u om een second opinion vragen. U kunt dat op ieder moment vragen en het mag niet door uw eigen arts worden tegengewerkt. Bijvoorbeeld als u denkt dat er een andere behandeling mogelijk is. Het betekent overigens niet dat de arts die de second opinion uitvoert, de behandeling ook overneemt.

Toestemming en weigering

Zonder toestemming geen behandeling. Als u naar de dokter gaat met gezondheidsklachten betekent dat niet automatisch dat u ook instemt met een behandeling. De arts moet u eerst duidelijk informeren over uw ziekte, de behandelmethoden, en eventuele alternatieven. Zo krijgt u een goed beeld van wat er met u aan de hand is. Op basis van die informatie kunt u bepalen of u met de voorgestelde behandeling instemt of dat u deze weigert. Dit heeft 'geinformeerde toestemming'. In sommige gevallen geldt de 'veronderstelde toestemming'. Als u naar de tandarts gaat om uw kies te laten trekken mag de tandarts ervan uitgaan dat u daar toestemming voor geeft. De tandarts hoeft dat dan niet expliciet aan u te vragen als u in de tandartsstoel zit. Voor verrichtingen die niet ingrijpend zijn geldt ook de veronderstelde toestemming.

Toestemming

U moet zelf toestemming geven voor uw behandeling. Bent u zelf niet in staat om toestemming te geven, dan wordt toestemming gevraagd aan uw partner of familieleden. Als u bijvoorbeeld buiten bewustzijn bent, mag de arts u ook behandelen zonder toestemming van u of van uw naasten. Het moet dan gaan om een acute situatie waarin onmiddellijke behandeling noodzakelijk is.

Weigering

Zonder toestemming wordt u niet behandeld. U moet een weigering van een behandeling duidelijk laten blijken. U kunt bijvoorbeeld met uw huisarts vooraf een aantal afspraken maken en deze op papier zetten. Zo kunt u hem of haar kenbaar maken geen bloedtransfusie te willen, omdat dat in strijd is met uw geloofsovertuiging.

Vrije keuze arts

U kunt zelf kiezen door welke arts u wordt behandeld. Dat is uw recht. Het is wel raadzaam om eerst te overleggen met uw zorgverzekeraar. Want als uw verzekeraar geen contract met de arts van uw keuze heeft gesloten, kunt u (een deel van) de kosten zelf moeten betalen. Ook kunt van arts veranderen als u dat wilt. Daarvoor hoeft u geen reden op te geven.

  • Zoek een huisarts dicht in de buurt, zodat hij of zij binnen 15 minuten bij u kan zijn.
  • Ga pas weg bij uw huidige huisarts als u een nieuwe heeft gevonden.
  • Als u een nieuwe huisarts heeft gevonden moet u uw oude huisarts hierover inlichten en vragen om uw medisch dossier op te sturen naar de nieuwe huisarts.
  • Informeer bij uw zorgverzekeraar of er een contract is met de huisarts van uw keuze.

Recht op informatie

Als patiŽnt bent u aangewezen op de informatie van uw zorgverlener/behandelaar. De zorgverlener/behandelaar is iedereen die handelingen op het gebied van de geneeskunst verricht. Bijvoorbeeld een arts, een tandarts of manueel therapeut. Tegenwoordig is veel informatie te vinden op internet, maar de zorgverlener is degene die u moet vertellen welke ziekte u heeft en hoe u daarvoor behandeld kunt worden. Hij moet u tenminste goed en duidelijk informeren over:

  • De diagnose
  • De behandelingsmogelijkheden en de te verwachten resultaten
  • De risico' s en bijwerkingen
  • De gevolgen voor uw gezondheid als u niet wordt behandeld
  • Andere behandelingsmogelijkheden en de voor- en nadelen daarvan

In de volgende gevallen krijgt u gťťn informatie:

  • U heeft aangegeven geen informatie te willen (U mag informatie weigeren).
  • De informatie leidt tot onaanvaardbaar psychische belasting, in dit geval zal de arts eerst de mening vragen van een collega-arts.

Inzage medisch dossier

Uw medische gegevens zijn alleen zichtbaar voor u en voor uw behandelaars. Andere mensen hebben geen inzage in uw medisch dossier. Alleen wanneer u hiervoor uitdrukkelijke toestemming geeft, hebben anderen ook inzage. Als u overlijdt, dan kan op grond van veronderstelde toestemming of zwaarwegende belangen inzage worden gegeven aan nabestaanden. U heeft het recht op inzage in alle medische informatie over uzelf. De hulpverlener kan op uw verzoek een verklaring opnemen in het dossier met daarin uw visie over de informatie in uw medisch dossier.

Als u wilt lezen wat er in uw medisch dossier staat, kunt u het beste een brief schrijven aan uw zorgverlener, bijvoorbeeld uw huisarts of uw behandelaar het ziekenhuis.

Gebruik hiervoor onze: Voorbeeldbrief Inzage medisch dossier.

Zorgtarieven

Iedere behandeling voor de arts, tandarts of in het ziekenhuis kost geld. Niet alle behandelingen worden door uw zorgverzekering vergoed. U kunt zich bijvoorbeeld niet hebben verzekerd voor de tandarts. U krijgt de rekening dan toegestuurd. Per behandeling heeft de overheid een maximumtarief vastgesteld op grond van de Wet tarieven gezondheidszorg (Wtg). De Nederlandse Zorgautoriteit (Nza) publiceert deze tarieven en houdt toezicht op de naleving ervan.

Let op! De tarieven voor tandartszorg zijn met ingang van 2012 vrijgegeven.

Blijkt dat u een te hoge rekening heeft ontvangen van uw arts? Neem dan eerst contact op met de arts of met het administratiekantoor waarvan u de rekening heeft gekregen. Als u er samen niet uitkomt, stuur dan een kopie van uw rekening naar de Nederlandse Zorgautoriteit. In een begeleidende brief schrijft u waarom de rekening te hoog is.

Rechten van jongeren

Voor kinderen en jongeren gelden aparte regels, afhankelijk van hun leeftijd.

Jonger dan 12 jaar

Van kinderen jonger dan 12 jaar, geven de ouders toestemming voor de medische behandeling van het kind. Is het niet mogelijk om de ouders om toestemming te vragen dan kan de arts besluiten zonder toestemming te behandelen. Bijvoorbeeld als er geen tijd is en de behandeling snel moet plaatsvinden. Alle rechten die op een patiŽnt van toepassing zijn, hebben ouders voor hun kinderen jonger dan 12 jaar.

Wat als een patiŽnt 10 jaar is en de ouders geen toestemming geven voor een medisch noodzakelijke behandeling? In dat geval kan de rechter worden gevraagd een kinderbeschermings-maatregel uit te spreken. Een voorbeeld hiervan is de (voorlopige) ondertoezichtstelling. Dan kan de rechter vervangende toestemming geven om zo een medisch noodzakelijke behandeling toch te kunnen laten doorgaan.

Tussen 12 en 16 jaar

Bij kinderen tussen de 12 en 16 jaar, moeten de ouders ťn het kind toestemming geven voor een behandeling.

Vanaf 16 jaar

Vanaf 16 jaar mag een jongere zelf een behandeling met een arts afspreken (behandelingsovereenkomst). Informatie over de behandeling hoeft alleen aan de jongere gegeven te worden. Toestemming van ouders is dan niet meer nodig.

Klachtrecht in de gezondheidszorg

Bent u niet tevreden over een behandeling door uw arts? Bent u slachtoffer van een medische fout? Als patiŽnt heeft u het recht om te klagen over uw zorgverlener of zorginstelling. Dit is geregeld in de Wet klachtrecht cliŽnten zorgsector (Wkcz). Een zorgverlener is iedereen die een geneeskundig beroep uitoefent en handelingen op het gebied van de geneeskunst verricht, bijvoorbeeld (huis)artsen, verpleegkundigen, psychiaters maar ook ziekenhuizen. Wanneer u een klacht heeft over een zorgverlener, dient u in alle gevallen eerst naar de zorgverlener zelf toe te stappen om deze de kans te geven de klacht te verhelpen. Soms hebben instellingen, zoals een verpleegtehuis of een ziekenhuis, een klachtenfunctionaris die bij dit gesprek kan bemiddelen.

Meldt uw klacht bij De Ombudsman via het Klachtenportaal.

Om uw klacht zelf op te lossen kunt u gebruik maken van: Stappenplan klacht zorginstelling / zorgverlener


Wettelijke regelingen

Uw positie als patiënt.
Wat doet de overheid daaraan?
De positie van de patiënt of cliënt in de zorgsector is de laatste decennia sterk veranderd. Patiënten zijn mondiger geworden en er is meer sprake van een gelijkwaardige relatie tussen patiënt en hulpverlener. Deze tendens wordt door de overheid ondersteund en versterkt, onder meer via een aantal wetten die de positie van de consument in de zorgsector proberen te versterken en eisen stellen aan de kwaliteit van de zorgverlening.
http://www.minvws.nl/infotheek.html?folder=309

Wet Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ)
Op 17 januari 1994 is de Wet Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) in werking getreden, de BOPZ vervangt de oude
krankzinnigenwet van 1884. Een bijzondere opneming (= opname) komt aan de orde als de patiënt niet vrijwillig wil worden (of is) opgenomen en als er sprake is van gevaar ten gevolge van een geestesstoornis. De nieuwe regelgeving gaat uit van het gevaarscriterium. De BOPZ bevat groot aantal bepalingen die de rechten van de gedwongen opgenomen patiënt beschrijven.
http://www.minvws.nl

Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) 
De verbeterde positie van de patiënt komt misschien wel het sterkst tot uitdrukking in de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) die op 1 april 1995 in werking trad. In deze wet wordt een aantal rechten en plichten van patiënten en hulpverleners vastgelegd. 
http://www.minvws.nl
 

Kwaliteitswet Zorginstellingen
Hoewel patiënten in eerste instantie weinig zullen merken van invoering van de Kwaliteitswet Zorginstellingen is de wet uiteindelijk wel voor hen bedoeld.
Het gaat erom dat ook in de toekomst voor iedereen een goede kwaliteit van zorg gewaarborgd blijft.
http://www.minvws.nl

Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG) 
Op 9 november 1993 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG) aangenomen. De Wet BIG bevat regels
voor zorgverlening door beroepsbeoefenaren en richt zich op de kwaliteit van de beroepsbeoefening en de bescherming van de patiënt. De BIG is een
kaderwet, die alleen de grote lijnen aangeeft. Veel zaken moeten nog worden geregeld bij Algemene Maatregel van Bestuur. Met het oog op een
zorgvuldige uitvoering van de Wet BIG wordt deze niet in één keer, maar gefaseerd in werking gesteld. 
http://www.bigregister.nl

Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector
Verder is op 1 augustus 1995 de Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector in werking getreden. Deze wet stelt zorgaanbieders (zowel instellingen als individueel werkzame beroepsbeoefenaren) verplicht een toegankelijke klachtenregeling te ontwikkelen. Patiënten en cliënten kunnen hier met al hun klachten over de verleende zorg terecht. Voor de zorgaanbieder kan het opvangen, behandelen en registreren van klachten een kwaliteitsinstrument zijn. Van klachten en meldingen is immers te leren. In de Kwaliteitswet is dan ook opgenomen dat een instelling in het kwaliteitsjaarverslag moet ingaan op de klachtbehandeling.
http://www.postbus51.nl
 http://www.npcf.nl/activiteiten/ikg.htm 

Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen 
Tenslotte is op 1 juni 1996 de Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen in werking getreden. Deze wet verplicht zorginstellingen een zogenaamde
cliëntenraad in te stellen. Dit is een soort ondernemingsraad van patiënten en cliënten die op vele punten adviesbevoegdheid krijgt. Zo kan de cliëntenraad adviseren over de begroting, over de jaarrekening, over het eten, maar ook over het kwaliteitsbeleid van de instelling.
http://www.postbus51.nl
http://www.loc.nl
http://www.npcf.nl/activiteiten/index.htm

__________________________________________________________________

De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO)

De WGBO regelt de relatie tussen patiënt en hulpverlener en legt hun rechten en plichten vast. De rechten van de patiënt zijn de plichten voor de hulpverlener. 

Recht op informatie
De hulpverlener vertelt de patiënt duidelijk wat er aan de hand is, welke behandeling nodig is en of daaraan risico's zijn verbonden. Eventueel wijst de hulpverlener op alternatieven. Met deze informatie kan de patiënt
weloverwogen beslissen over de behandeling. 

Toestemmingsvereiste 
De hulpverlener mag de patiënt alleen behandelen als deze toestemming geeft. Vaak gaan hulpverleners stilzwijgend van toestemming uit. Bij ingrijpende behandelingen wordt uitdrukkelijk om

toestemming gevraagd. In acute situaties, als de patiënt buiten kennis is, hoeft de hulpverlener geen toestemming van de patiënt af te wachten. 

Inzage in het medisch dossier
De patiënt heeft recht op inzage in zijn medisch dossier; hij mag ook een kopie vragen. Alleen hijzelf en de hulpverleners die hem behandelen mogen het dossier inzien. Als de patiënt het niet eens is met de inhoud, kan hij de hulpverlener verzoeken om deze aan te passen of een eigen verklaring toevoegen. 

Privacy
Het medisch dossier en de gesprekken tussen patiënt en hulpverlener zijn vertrouwelijk. Alleen personen die bij de behandeling zijn betrokken zijn op de hoogte. 

Vertegenwoordiging
Als de patiënt niet in staat is om zelf te beslissen (bijvoorbeeld wegens dementie of coma), kan hij zich door een ander laten vertegenwoordigen.Dat kan een officieel benoemde curator zijn, of een familielid of partner.

Deze vertegenwoordiger besluit in het belang van de patiënt. In een wilsverklaring kunnen patiënten hun wensen vastleggen om niet behandeld te worden, voor het geval ze zelf niet meer kunnen beslissen. Bij kinderen tot twaalf jaar beslissen de ouders of voogd, kinderen tussen twaalf en zestien jaar moeten samen met hun ouders/voogd toestemmen in behandeling. Boven de zestien jaar kunnen mensen  zelfstandig beslissen. 

Plichten van de patiënt 
De patiënt moet de hulpverlener duidelijk en volledig informeren en de hulpverlener betalen voor zijn diensten.

___________________________________________________________________________

Kwaliteit van zorg

A.
De Kwaliteitswet zorginstellingen
Op 1 april 1996 is de Kwaliteitswet zorginstellingen in werking getreden. De wet stelt slechts globale eisen aan de zorg in plaats van vele en  gedetailleerde normen; de eigen verantwoordelijkheid van de zorginstelling voor kwalitatief goede zorg is het uitgangspunt. De individuele zorginstelling (of koepelorganisatie) moet de algemene eisen die de wet stelt zelf na der uitwerken en invullen. De Kwaliteitswet is van toepassing op álle instellingen (ziekenhuizen, verpleeghuizen, RIAGG's, privé-klinieken etc.) in de zorgsector.

Kwaliteitseisen
Instellingen in de zorgsector moeten om zorg van goede kwaliteit aan vier kwaliteitseisen voldoen.

1. Verantwoorde zorg
Dat wil zeggen van goed niveau, die in ieder geval doeltreffend, doelmatig en patiëntgericht is.

2. Op kwaliteit gericht beleid 
Dat betekent een goede organisatie, hetgeen onder meer tot uiting komt in een goede interne communicatie en voldoende en capabel personeel.
Verder moet duidelijk wie welke werkzaamheden uitvoert en wie daarvoor verantwoordelijk is.  Ook zijn instellingen verplicht in hun kwaliteitsbeleid de resultaten van overleg tussen zorgaanbieders, zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties te verwerken. Een eis van een wat andere orde is dat voor patiënten die gedurende een etmaal of langer in een instelling verblijven geestelijke verzorging beschikbaar moet zijn.

3. Kwaliteitssystemen
Ten derde dienen zorginstellingen een kwaliteitssysteem op te zetten. Centraal in een kwaliteitssysteem staan altijd de expliciet geformuleerde normen  waaraan een instelling (of koepelorganisatie ) zelf vindt dat ze zou moeten voldoen. Een kwaliteitssysteem moet regelmatig getoetst worden door de instelling of door een andere organisatie, zoals de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

4. Jaarverslag
De Kwaliteitswet eist dat zorginstellingen een jaarrapport over de kwaliteit van de zorg in hun instelling uitbrengen. In dit verslag legt de instelling verantwoording af over het gevoerde kwaliteitsbeleid en de kwaliteit van de verleende zorg. Daarbij moet specifiek aandacht worden besteed aan de betrokkenheid van patiënten bij het kwaliteitsbeleid, aan de frequentie waarmee en de manier waarop binnen de instelling kwaliteitsbeoordeling plaatsvindt en aan de manier waarop de instelling met klachten en meldingen van patiënten en consumenten omgaat. Het verslag moet voor 1 juni aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg, het regionale patiënten/ consumenten platform (RPCP) en de minister van volksgezondheid worden verstuurd.

Toezicht en handhaving
De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) houdt toezicht op de naleving van de Kwaliteitswet. Omdat de Kwaliteitswet de eerste verantwoordelijkheid voor het leveren van verantwoorde zorg bij de zorginstelling zelf legt, zal het accent bij het toezicht vooral liggen op de manier waarop een instelling de eigen kwaliteit bewaakt, beheerst en verbetert. De overheid blijft eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van de zorgverlening in Nederland. Daarom kent de wet een aantal bepalingen om de wet te kunnen handhaven. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport krijgt de bevoegdheid een aanwijzing te geven aan instellingen die in hun zorg aan patiënten tekortschieten. In die aanwijzing geeft de minister een termijn aan waarbinnen aan de gestelde eisen moet worden voldaan. Daarnaast kunnen de inspecteurs voor de gezondheidszorg instellingen een bevel geven om
bepaalde maatregelen te nemen. Er moet dan sprake zijn van situaties die ernstig en direct gevaar opleveren voor de gezondheid van patiënten.
Wanneer een instelling de aanwijzing van de minister of het bevel van de inspecteur niet opvolgt, riskeert zij bestuursdwang of een dwangsom.
Tenslotte kan de overheid bij algemene maatregel van bestuur nadere kwaliteitsregels stellen als blijkt dat de kwaliteit van zorg in een bepaalde sector
onvoldoende is.

(Bron: ministerie van VWS, Postbus 51) 


Bijgewerkt op: 8-09-2012

  About CLIFA ][ About EVEAN ][ Contact us ][ Contact the webmaster Nel Koppers   ©2002 by Clifa Evean Oostergouw Zaandam NL.