Clifa logo
                                                                         Contact

Adres ][ Adress
Gastenboek ][ Guestbook
Route Hulp ][ Travel Help


                                                                                   Naar Huis ][ Back Home


Verpleging en Verzorging

Algemeen
De vraag naar verpleging en verzorging neemt toe. Dit komt ondermeer doordat de Nederlandse bevolking vergrijst, waardoor het aantal mensen met een ziekte toeneemt. Daarnaast neemt het aantal eenpersoonshuishoudens toe, wat resulteert in een toenemende vraag, omdat alleenstaanden vaker gebruik maken van zorgvoorzieningen dan samenlevenden (respectievelijk 15% en 9%). Naast de professionele verpleegkundigen en verzorgenden voeren vaak naaste familie en vrienden van zorgbehoevenden ook verpleegkundige en verzorgende taken uit. Deze zogenaamde informele hulp of mantelzorg vormt een belangrijk onderdeel van de verpleging en verzorging van zieken.

Om inzicht te krijgen in de kwaliteit, doelmatigheid, bedrijfsvoering en omgevingsfactoren van thuiszorginstellingen en verpleeg- en verzorgingshuizen, is in 2001 gestart met een 'benchmarkonderzoek thuiszorg', respectievelijk pilotonderzoek 'benchmark verpleging en verzorging'. Benchmarking is het vergelijken van prestaties van instellingen met de (beste) prestaties in de branche.

Hieronder worden de verschillende partijen en belangengroepen beschreven. De informatie is niet uitputtend maar bevat een overzicht van de belangrijkste partijen en belangengroepen. Er is een onderverdeling gemaakt naar cliŽntenorganisaties, regionale indicatieorganen, beroepsbeoefenaren, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, zorgkantoren en de advies- en uitvoeringsorganen.

 

CliŽntenorganisaties
De grootste cliŽntenorganisaties in de deelsector Verpleging en Verzorging zijn:

De Landelijke Organisatie CliŽntenraden (LOC). LOC is een landelijke belangenorganisatie voor bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen, aanleunwoningen, woonzorgcentra en cliŽnten van de thuiszorginstellingen. Bij het LOC zijn ruim 1.700 cliŽntenraden aangesloten (zie website LOC).

Modelovereenkomsten zorgverlening
Door LOC en Arcares (organisatie van zorgaanbieders) is het afgelopen jaar hard gewerkt om nieuwe modelovereenkomsten voor de zorglevering te maken. Deze modelovereenkomsten vervangen de overeenkomst voor opname in het verzorgingshuis, de tijdelijke opname in het verzorgingshuis en de extramurale dienstverlening vanuit het verzorgingshuis. Ook is de overeenkomst bij opname in het verpleeghuis vervangen.

In totaal gaat het om zes overeenkomsten en ťťn toelichting. De toelichting bestaat uit twee delen. Het eerste deel heeft betrekking op alle zes overeenkomsten en het tweede deel bestaat uit een toelichting per overeenkomst.
In de nieuwe overeenkomsten is de regelgeving in het kader van de modernisering van de AWBZ verwerkt. Ook zijn uitspraken van rechters, bijvoorbeeld rond het beŽindigen van een zorgleveringsovereenkomst, opgenomen in de tekst.

Welke zorgovereenkomsten?
Er zijn zes verschillende voorbeeldovereenkomsten:

  1. voor een zorgarrangement zonder verblijf in een instelling (zorg thuis);
  2. voor een zorgarrangement met verblijf (zorg in een verzorgingshuis);
  3. voor een zorgarrangement met verblijf en behandeling (zorg in een verpleeghuis);
  4. voor een zorgarrangement met verblijf en toepassing van de Wet Bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen Ė Wet Bopz (zorg in een verzorgingshuis met een afdeling waar de Wet Bopz op van toepassing is);
  5. voor een zorgarrangement met verblijf, behandeling en toepassing van de Wet Bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen Ė Wet Bopz (zorg in een verpleeghuis waarop de Wet Bopz van toepassing is);
  6. voor een zorgarrangement met verblijf in een appartement voor twee personen (zorg in een verzorgingshuis met mogelijkheid voor partneropname).

De overeenkomsten hebben allemaal dezelfde opbouw en de omschrijving van de rechten en de plichten is zoveel mogelijk op dezelfde manier geformuleerd. De inhoud is gebaseerd op diverse wettelijke regelingen.

Door LOC en Arcares is getracht werkbare afspraken te maken die recht doen aan de belangen van de cliŽnt en van de zorgaanbieder. Het zijn voorbeeldovereenkomsten.

Dat betekent dat zorgaanbieder en cliŽntenraad samen moeten afspreken of zij hiervan gebruik gaan maken. Als de zorgaanbieder deze nieuwe zorgleveringsovereenkomst wil gaan gebruiken, dan moet dit voornemen voor verzwaard advies aan de cliŽntenraad worden voorgelegd.

Toelichting op alle overeenkomsten;

1.
zorgarrangement zonder verblijf in een instelling (zorg thuis);

2.
Zorgarrangement met verblijf (zorg in een verzorgingshuis);

3.
Zorgarrangement met verblijf en behandeling (zorg in een verpleeghuis);

4.
Zorgarrangement met verblijf en toepassing van de Wet Bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen Ė Wet Bopz (zorg in een verzorgingshuis met een afdeling waar de Wet Bopz op van toepassing is);

5.
Zorgarrangement met verblijf, behandeling en toepassing van de Wet Bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen Ė Wet Bopz (zorg in een verpleeghuis waarop de Wet Bopz van toepassing is).


Het CoŲrdinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties (CSO). Dit orgaan is het samenwerkingsverband van vijf ouderenorganisaties. Bij deze lidorganisaties zijn ruim 650.000 ouderen aangesloten. Het CSO wil de emancipatie en integratie van ouderen bevorderen. Het CSO richt zich hierbij vooral op het beleid van de regering en politieke partijen (zie
website NVOG-CSO).


Per Saldo
. Dit is de belangenvereniging voor mensen met een persoonsgebonden budget in Nederland en voor de mantelzorgers. Per Saldo heeft ruim 12.000 leden. De organisatie die opkomt voor de positieverbetering van mantelzorgers in Nederland is de Landelijke Organisatie Thuisverzorgers (LOT) (zie
website Per Saldo).


Van belang zijn voorts de Stichting CliŽnt & Kwaliteit en de Nederlandse PatiŽnten Consumenten Federatie.

De Stichting CliŽnt & Kwaliteit. Deze stichting is opgericht door de cliŽntenorganisaties Landelijke Organisatie CliŽntenraad (LOC), Nederlandse PatiŽnten Vereniging (NPV), Chronisch zieken en Gehandicaptenraad (CG-raad) en Landelijke Organisatie Regionale PatiŽnten Platforms (LOREP). De Stichting CliŽnt & Kwaliteit toetst de kwaliteit van de zorg vanuit het perspectief van cliŽnten van verpleeg- en verzorgingshuizen, thuiszorginstellingen, netwerken terminale zorg en regionale indicatieorganen (zie website CliŽnt & Kwaliteit).

De Nederlandse PatiŽnten Consumenten Federatie (NPCF). De NPCF is een federatie van landelijke koepelorganisaties van cliŽntenorganisaties. Zij ontwikkelt vanuit patiŽntenperspectief een standpunt over onder meer gezondheid en ziekte, organisatie, kwaliteit en financiering van de zorg. De NCPF brengt deze informatie naar buiten in contacten met overheden, politici, verzekeraars en beroepsorganisaties. (Zie ook website NPCF.)


Zorgverzekeraars

Zorgverzekeraars Nederland (ZN) bevordert de  gezamenlijke belangen van ondernemingen die zorgverzekeringen aanbieden. Als brancheorganisatie heeft ZN de volgende kerntaken: belangenbehartiging, representatie in colleges zoals door de wet bepaald, beleidsontwikkeling en onderzoek en informatievoorziening, en dienstverlening aan de leden. Namens de betrokken zorgverzekeraars sluit ZN collectieve overeenkomsten af met werknemersorganisaties

  • De patiŽnt/consument: informatie geven over AWBZ-zorg, vaststellen of de zorgvrager verzekerd is, vaststellen en innen van de eigen bijdrage.
  • Het regionaal zorgbeleid: beleidsplan opstellen, zorg contracteren, overleg voeren met partijen.
  • De eigen bedrijfsvoering: adequate registratie en administratie.

De missie van het zorgkantoor is een klantgerichte, doelmatige, uniforme en concurrentievrije uitvoering van de AWBZ. Verzekerden moeten gelijke rechten hebben en zorg en hulpverlening moeten van een hoog niveau zijn. Het zorgkantoor dient deze uitgangspunten in de praktijk concreet handen en voeten te geven en onderhoudt dan ook intensieve relaties te onderhouden met de zorgaanbieders en patiŽnten- en cliŽntenorganisaties in de regio (zie website ZN).


Zelfstandige bestuursorganen

Hieronder zijn de belangrijkste zelfstandige bestuursorganen in de deelsector Verpleging en Verzorging op een rij gezet:

Het Bouwcollege is een voortzetting van het College voor ziekenhuisvoorzieningen. Het bouwcollege is het informatiepunt voor bouwgegevens en heeft onder andere tot taak de uitvoering te toetsen en het voorgenomen beleid, bijvoorbeeld inzake de bouwbehoefte, en het afgeven van vergunningen. Het Bouwcollege stelt bouwmaatstaven vast, begeleidt de bouw van ziekenhuisvoorzieningen en toetst.


Het College Tarieven Gezondheidszorg (CTG) is een zelfstandig bestuursorgaan dat de Wet tarieven gezondheidszorg (WTG) uitvoert. Het CTG stelt beleidsregels vast voor de hoogte, de opbouw en wijze van berekening van een tarief of onderdelen van een tarief in de gezondheidszorg. Een beleidsregel moet goedgekeurd worden.


Het College voor zorgverzekeringen (CVZ) heeft drie kerntaken.

Daarnaast heeft het CVZ een belangrijke taak in de zorgvernieuwing en de toelating van nieuwe verstrekkingen. Het college keurt overeenkomsten goed tussen ziekenfondsen, AWBZ-uitvoeringsorganen en zorginstellingen


Het College toezicht zorgverzekeringen (CTZ) is een zelfstandig bestuursorgaan dat toezicht houdt op de uitvoering van de Ziekenfondswet, de AWBZ en de Wet financiering zorgverzekeringen door de ziekenfondsen, de toegelaten ziektekostenverzekeraars, de uitvoerende organen van de publieksrechtelijke ziektekostenregelingen voor ambtenaren en het Centraal Administratie Kantoor. Daarnaast houdt het CTZ toezicht op het functioneren van de genoemde organisaties.



Financiering en indicatiestelling

Verpleging en verzorging (thuiszorg en verpleeg- en verzorgingshuiszorg) worden grotendeels gefinancierd in het kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Hiervoor is geen formele verwijzing nodig van een arts of andere hulpverlener. Voor AWBZ
gefinancierde verpleging en verzorging is echter wel een indicatiestelling van het Regionaal Indicatie Orgaan (RIO) nodig. Daarbij wordt ook een inkomensafhankelijke eigen bijdrage van cliŽnten gevraagd. De hoogte van de eigen bijdrage voor 2002 varieert van 2,20 euro tot 124,60 euro per week. Sinds juli 1995 kunnen mensen die langer dan drie maanden verpleging en verzorging nodig hebben gebruik maken van het persoonsgebonden budget (PGB), in plaats van hulp in natura. Met het PGB bepaalt de patiŽnt zelf wie de betaalde zorg verleent. De patiŽnt moet dan wel lid zijn van een door de College voor Zorgverzekeringen CVZ) erkende vereniging van budgethouders IGZ, 1997). De patiŽnt zoekt zelf ťťn of meerdere hulpverleners, of schakelt een organisatie in die hulp biedt. (CVZ)


Indicatiestelling

Om voor
AWBZ-gefinancierde verpleging of verzorging (dat wil zeggen thuiszorg of zorgverlening door een verpleeg- of verzorgingshuis) in aanmerking te komen, dient een indicatiestelling plaats te vinden door het Regionaal IndicatieOrgaan. Een indicatiestelling houdt in dat onafhankelijk van de zorgverlenende instanties, een zorgvraag van een cliŽnt beoordeeld wordt, en vastgesteld wordt welke zorg wenselijk/noodzakelijk is.

De staatssecretaris van VWS heeft in het voorjaar van 2004 het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) aangewezen om de indicatiestelling bij de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) onder te brengen in ťťn landelijke organisatie. Dat betekent dat het CIZ vanaf 1 januari 2005 als organisatie verantwoordelijk wordt voor de gehele indicatiestelling voor zorg die betaald wordt uit de AWBZ. Het CIZ neemt die taken dan over van de regionale indicatieorganen die daar onder gemeentelijke regie in 2004 nog verantwoordelijk voor zijn. De indicatiestelling blijft op lokaal niveau uitgevoerd en in gemeenten waar integraal wordt geÔndiceerd voor wonen-zorg-welzijn (o.a. de Wvg) wordt dat als het aan het CIZ ligt, voortgezet. Ook in gemeenten waar dat nu niet het geval is blijft dat het streven.
Het CIZ gebruikt 2004 om de nieuwe organisatie in de steigers te zetten en waar mogelijk verbeteringen in de indicatiestelling te stimuleren. Daarbij maakt het CIZ zoveel mogelijk gebruik van de kennis, kunde en betrokkenheid van RIO's en het LCIG.


Beroepsbeoefenaren

De Algemene Vereniging Verpleegkundigen en Verzorgenden (AVVV) is een koepelorganisatie van meer dan vijftig beroepsverenigingen van verpleegkundigen en verzorgenden. De AVVV is het aanspreekpunt en platform voor de beroepsinhoud van de 400.000 verzorgenden en verpleegkundigen in Nederland. Daarnaast fungeert de AVVV als spreekbuis van de verzorgende en verpleegkundige beroepsgroepen. Een belangrijke doelstelling van de AVVV de kwaliteit van de beroepsuitoefening verbeteren. Sting, beroepsvereniging van de verzorging, en de Landelijke Vereniging Wijkverpleegkundigen (LVW) zijn bij de AVVV aangesloten (zie website
AVVV).


Expertisecentrum

Het Landelijk Centrum Verpleging & Verzorging (LCVV) heeft met ingang van 1 januari 2003 officieel plaatsgemaakt voor het Landelijke Expertisecentrum Verpleging & Verzorging (LEVV). Het LEVV is een onafhankelijk kenniscentrum dat zich ten doel stelt om de professionele uitoefening van de zorg door verpleegkundigen en verzorgenden te bevorderen. Door kennis te verzamelen, ontwikkelen en verspreiden helpt het LEVV de beroepsuitoefening te verbeteren en de zorg te vernieuwen. Doel hiervan is de beroepsuitoefening cliŽntgericht, doeltreffend en doelmatig te maken (zie website
LEVV).



Zorgaanbieders

De Landelijke Vereniging voor Thuiszorg (LVT) en het Branchebelang Thuiszorg Nederland (BTN) zijn de brancheorganisaties van de thuiszorg. De LVT vertegenwoordigt ruim honderd thuiszorginstellingen in Nederland, die samen ongeveer 75 procent van het marktaandeel hebben van de verpleging en verzorging thuis. De LVT is actief op landelijk niveau om de thuiszorginstellingen in staat te stellen de noodzakelijke zorg te leveren, in zowel omvang als kwaliteit. De LVT stelt eisen aan de kwaliteit van de thuiszorg die de aangesloten instellingen leveren. Een onafhankelijke instantie toetst periodiek of de aangesloten instellingen aan deze eisen voldoen. Verder vertegenwoordigt de LVT als werkgeversvereniging de aangesloten instellingen in de cao-onderhandelingen (zie website
LVT). Naast instellingen die zijn toegelaten om -gefinancierde zorg te leveren, vertegenwoordigt BTN ook een aantal particuliere instellingen. De overgebleven 25 procent van het marktaandeel bestrijkt BTN gedeeltelijk (zie website branchebelang-thuiszorg).


Arcares
bestaat sinds 1 januari 2000 en is de landelijke branchevereniging voor verpleging en verzorging. De vereniging beoogt de algemene voorwaarden en omstandigheden waaronder de aangesloten instellingen het zorgaanbod kunnen verwezenlijken, zo te ontwikkelen en optimaliseren dat ze aansluiten bij de behoeften en zorgvraag van cliŽnten. De vereniging telt 651 leden, die 333 verpleeghuizen en 1.386 verzorgingshuizen vertegenwoordigen. Een deel van de lidinstellingen opereert als zelfstandige organisatie, een ander deel heeft zich georganiseerd in een groter verband. Deze instellingen maken deel uit van concerns waarin zowel verpleeg- als verzorgingshuizen zijn opgenomen. Zij leveren zorg aan zo'n 200.000 cliŽnten. Ze hebben samen 200.000 medewerkers (zie website
Arcares).


Adviesorganen

De belangrijkste adviesorganen in de deelsector Verpleging en Verzorging zijn:


Gezondheidsraad: een onafhankelijk adviescollege, dat valt onder het ministerie van . De Gezondheidsraad licht de regering voor over de stand van de wetenschap voor de volksgezondheid en signaleert ontwikkelingen die relevant zijn voor het overheidsbeleid. Tot haar taken behoren onder andere: de doelmatigheid van medische zorg en bevolkingsonderzoek beoordelen, aanbevelingen doen voor goede voeding en risico's van omgevingsfactoren voor de gezondheid van mens en milieu analyseren.


Raad voor de Volksgezondheid en Zorg
(RVZ):
een onafhankelijk adviesorgaan dat valt onder het ministerie van VWS. De raad adviseert de regering over vraagstukken die de gehele zorgsector betreffen, vooral over strategische beleidskeuzes. De adviezen zijn integraal en bevatten alle beleidsaspecten, zoals de organisatie, inhoud en kwaliteit van de zorg, en de juridische en financieel-economische.

 

 

Brancheorganisaties
Er zijn twee soorten brancheorganisaties op het gebied van verpleging en verzorging te onderscheiden: die voor verpleeg- en verzorgingshuizen en die voor thuiszorginstellingen.

  • Arcares is de landelijke brancheorganisatie van verpleging en verzorging en vertegenwoordigt de verpleeg- en verzorgingshuizen in Nederland. Zij is het resultaat van een fusie tussen de Nederlandse Vereniging van Verpleeghuiszorg en de WoonZorg Federatie. Arcares behartigt de belangen van de instellingen en treedt op als hun vertegenwoordiger Arcares);
  • Voor thuiszorginstellingen zijn twee brancheorganisaties actief: de Landelijke Vereniging voor Thuiszorg (LVT) en Branchebelang Thuiszorg Nederland.  De LVT vertegenwoordigt anno 2001 ongeveer 100 thuiszorginstellingen die allemaal bekostigd worden vanuit de AWBZ. BTN vertegenwoordigt ongeveer 55 commerciŽle thuiszorginstellingen die deels via de AWBZ gefinancierd worden en deels vanuit particuliere gelden gefinancierd worden. De kernactiviteiten van LVT en BTN zijn belangenbehartiging van lidinstellingen en hun cliŽnten bij overheid en politiek, adviesorganen en zorgverzekeraars BTN,2001b LVT).

Beroeps- en belangenorganisaties
Er bestaan verschillende beroepsorganisaties die zich inzetten voor personeel werkzaam in de verpleging en verzorging/thuiszorg, woonzorg en verpleeg- en verzorgingshuizen, en informele hulpverleners:

  • De Algemene Vergadering Verpleegkundigen en Verzorgenden (AVVV) heeft als missie het versterken van de eenheid en positie van verpleegkundigen en verzorgenden in Nederland. De AVVV behartigt als koepelorganisatie de belangen van de 45 aangesloten algemene en specifieke beroepsorganisaties (onder andere de LVW en Sting) AVVV);
  • De Landelijke Vereniging Wijkverpleegkundigen (LVW, voorheen VVVM). De kernactiviteiten van de LVW zijn onder andere het voeren van landelijke discussies, het uitvoeren van onderzoek en het ontwikkelen van zorgprogramma's;
  • Sting, de beroepsvereniging van de verzorging. Sting richt zich op de inhoud van het beroep verzorging en komt op voor de belangen van 200.000 verzorgenden en helpenden in de thuiszorg, kraamzorg, gehandicaptenzorg, en intramurale ouderenzorg Sting) (Sting);
  • Voor de informele hulp bestaat er het Steunpunt Mantelzorg. (Mantelzorg)  Bij dit steunpunt kunnen zowel mantelzorgers als professionals terecht voor informatie en steun.
Steunpunt verpleeghuiszorg

Om de kwaliteit van de verpleeghuiszorg te verbeteren en onaanvaardbare risico's te voorkomen is het Steunpunt Verpleeghuiszorg gestart.

Het steunpunt biedt tijdelijke ondersteuning aan verpleeghuizen, verpleegunits in verzorgingshuizen en aanbieders van kleinschalige verpleeghuiszorg, die vanuit de AWBZ gefinancierd worden. Ondersteuning kan worden aangevraagd als:
- de benodigde gespecialiseerde deskundigheid voor een complexe zorgvraag van een cliŽnt structureel niet voorhanden is of er sprake is van risico's in de directe zorg aan een cliŽnt
- de organisatie van de zorg in een instelling te wensen overlaat. Dat laatste kan betrekking hebben op uiteenlopende gebieden, zoals de inrichting van de organisatie, het management, de organisatie van het zorgproces, de facilitaire diensten, de administratieve organisatie of de huisvesting.

Praktijk als leermeester
Het steunpunt wil zoveel mogelijk de ervaringen uit de sector zelf benutten. Dat vergroot de kans dat de vraag adequaat wordt beantwoord. Bovendien maakt die aanpak duidelijk dat in veel instellingen goede zorg geboden wordt. Het steunpunt neemt dus niet het 'modelverpleeghuis' Ėzo dat al bestaat Ė als uitgangspunt is, maar de situatie in de instelling.
Zo mogelijk wordt de ondersteuning in de eigen regio georganiseerd. Verder krijgen verpleeghuizen zo de mogelijkheid om van elkaar te leren en lessen uit de verbeteringspraktijk over te dragen.
De ervaringen en de kennis worden gebundeld en komen beschikbaar voor de hele verpleeghuissector.

Tijdelijk inzet
De extra inzet voor de individuele cliŽnt, respectievelijk de zorgorganisatie is per definitie tijdelijk. De middelen die beschikbaar worden gesteld zijn niet bedoeld voor de exploitatie van de instelling, maar om het tekort in de zorgverlening direct op te heffen of de zorgorganisatie direct te verbeteren.

Werkwijze
Als een instelling is aangemeld voor het programma wordt op basis van onderzoek en advies een ondersteuningsvoorstel ontwikkeld, dat na honorering, wordt geÔmplementeerd en na afloop verantwoord en geŽvalueerd.

In de werkwijze is de factor tijd belangrijk. Als een aanvraag voor ondersteuning is binnengekomen wordt binnen enkele dagen met de cliŽnt en/of de instelling een afspraak gemaakt. Bij een individuele zorgvraag verricht een consulent of consulententeam onderzoek dat uitmondt in een advies over de noodzakelijke tijdelijke extra inzet en de daarbij behorende middelen.
Een vraag over de zorgorganisatie wordt op locatie geanalyseerd door experts die een verbeteringsplan opstellen met een bijbehorende begroting voor de tijdelijke extra inzet.
Die inzet wordt 'in natura' in de vorm van extra expertise of op basis van een goedgekeurd budget beschikbaar gesteld. Er is dus geen sprake van toevoeging van middelen aan instellingsbudgetten

Organisatie
Om middelen efficiŽnt in te kunnen zetten en snel te kunnen starten, wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande organisaties. Voor de ondersteuning van de individuele zorgvraag zijn dat de Centra voor Consultatie en Expertise Nederland en voor de zorgorganisatie is het het NIZW, Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn. Er komt een stuurgroep met een gezaghebbend persoon uit de zorgsector als voorzitter. Een externe projectleiding is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken. Projectleiders zijn Gerard van Pijkeren en Peter Tiebout, werkzaam als adviseurs in de zorgsector.

Een deskundigenpool wordt gerekruteerd uit professionals in de verpleeghuiszorg. Zij kunnen hun praktijkervaringen inbrengen voor de verbeteringsplannen. Ze kunnen ook een rol kunnen spelen in het uitwisselen van de ervaringen.

Communicatie
De communicatie over de in deze notitie beschreven aanpak richt zich met name op de verpleeghuiszorg en de relevante AWBZ-actoren. Het accent zal liggen op de communicatie in de regio.

Het steunpunt is onderdeel van 'Zorg voor beter', een kwaliteitsprogramma voor de thuiszorg, ouderenzorg en gehandicaptenzorg. 'Zorg voor beter' omvat ook het Landelijk Dementieprogramma en het Actieprogramma Kwaliteit. Er is een voortdurende afstemming tussen deze programmaís en het steunpunt.

Aanmelden
Zorginstellingen, cliŽntenraden en zorgkantoren kunnen zich aanmelden voor ondersteuning in het kader van dit programma. Dat geldt ook voor cliŽnten en hun familie, maar dan wel in samenspraak met de zorginstelling.

Hoe is het projectteam te bereiken
Vanaf 19 april 2005 is het Steunpunt bereikbaar. Annemiek Gras en Wilma Groenewegen, die het secretariaat vormen, zijn bereikbaar onder telefoonnummer 0900 - 2424240 (10 cent per minuut).
Het postadres is: Steunpunt Verpleeghuiszorg, Postbus 19152, 3501 DD Utrecht.

 

Gelaagd en Gefaseerd Toezicht
Gelaagd en Gefaseerd Toezicht (kortweg gefaseerd toezicht genoemd) is gericht is op het opsporen en toezicht houden op risicovolle instellingen en bedrijven. Bij deze nieuwe werkwijze is het algemeen toezicht verdeeld in drie fasen.

1. Allereerst worden risicovolle instellingen en bedrijven opgespoord. De IGZ vraagt gegevens op met behulp van een digitaal inspectieformulier. Op basis hiervan maakt de inspectie een risico-inschatting.

2. In de tweede fase vindt een inspectiebezoek plaats bij de instellingen en bedrijven met een kans op een verhoogd risico.

3. Als uit de tweede fase blijkt dat de zorg of de producten kwalitatief onvoldoende zijn, gaat de inspectie over op repressief toezicht. Het toezicht wordt in deze fase verscherpt en er worden maatregelen getroffen.

 

Risico-indicatoren voor de langdurige zorgverlening
Het rapport betreft een onderbouwing van indicatoren voor het Gelaagd en Gefaseerd Toezicht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg in instellingen voor langdurige zorg/care, te weten verpleeg- en verzorgingshuizen, thuiszorginstellingen, instellingen voor langdurige psychiatrische zorg en instellingen voor gehandicapten. Het onderzoek is door het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) verricht in opdracht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en is uitgevoerd in de eerste helft van het jaar 2004. De opdracht is gegeven, omdat de IGZ behoefte had aan risico-indicatoren die praktisch toepasbaar zijn en die direct gerelateerd kunnen worden aan ongewenste uitkomsten op cliŽntniveau. De resultaten van deel I van het rapport zijn gebaseerd op een literatuurstudie naar indicatoren in de Nederlandse literatuur. Aan de hand van relevante criteria zijn vervolgens 27 risico-indicatoren geselecteerd. In deel II zijn deze risico-indicatoren via een screening van de Engelstalige en Nederlandstalige literatuur onderbouwd. Het onderzoek maakt deel uit van een groeimodel om tot valide en betrouwbare risicoindicatoren te komen. De risico-indicatoren zijn vertaald naar vragen

download hier het rapport

Het is een uitgave van het NIVEL in 2004. De gegevens mogen met bronvermelding (A. van den Brink- Muinen, C. Wagner,
Risico-indicatoren voor de langdurige zorgverlening, NIVEL 2004) worden gebruikt.

Het rapport is ook te bestellen via receptie@nivel.nl.

 

 

Bronnen:
Welke partijen zijn betrokken bij verpleging en verzorging? In: Brancherapporten VWS. Den Haag: VWS, <http://www.brancherapporten.minvws.nl> De VWS-sectoren\Care\Verpleging en Verzorging\, 13 mei 2005.

Ruysbroek JMH. Wat is verpleging en verzorging? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, <http://www.nationaalkompas.nl> Zorg\Verpleging en verzorging, 27 mei 2002   

     Voor het laatst bijgewerkt op 8 juni 2005


De weergave van deze informatie is algemeen en valt derhalve onder geen enkele verantwoording van de CliŽntenfamilieraad'Clifa' 
of  van het management van vhs. Oostergouw