|
Cliëntenorganisaties De Landelijke Organisatie Cliëntenraden (LOC). LOC is een landelijke belangenorganisatie voor bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen, aanleunwoningen, woonzorgcentra en cliënten van de thuiszorginstellingen. Bij het LOC zijn ruim 1.700 cliëntenraden aangesloten (zie website LOC).
Modelovereenkomsten zorgverlening
In totaal gaat het om zes overeenkomsten en één toelichting.
De toelichting bestaat uit twee delen. Het eerste deel heeft
betrekking op alle zes overeenkomsten en het tweede deel bestaat
uit een toelichting per overeenkomst. Welke zorgovereenkomsten?
De overeenkomsten hebben allemaal dezelfde opbouw en de omschrijving van de rechten en de plichten is zoveel mogelijk op dezelfde manier geformuleerd. De inhoud is gebaseerd op diverse wettelijke regelingen. Door LOC en Arcares is getracht werkbare afspraken te maken
die recht doen aan de belangen van de cliënt en van de
zorgaanbieder. Het zijn voorbeeldovereenkomsten.
Toelichting op alle overeenkomsten;
De Stichting Cliënt & Kwaliteit. Deze stichting is opgericht door de cliëntenorganisaties Landelijke Organisatie Cliëntenraad (LOC), Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV), Chronisch zieken en Gehandicaptenraad (CG-raad) en Landelijke Organisatie Regionale Patiënten Platforms (LOREP). De Stichting Cliënt & Kwaliteit toetst de kwaliteit van de zorg vanuit het perspectief van cliënten van verpleeg- en verzorgingshuizen, thuiszorginstellingen, netwerken terminale zorg en regionale indicatieorganen (zie website Cliënt & Kwaliteit). De Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF). De NPCF is een federatie van landelijke koepelorganisaties van cliëntenorganisaties. Zij ontwikkelt vanuit patiëntenperspectief een standpunt over onder meer gezondheid en ziekte, organisatie, kwaliteit en financiering van de zorg. De NCPF brengt deze informatie naar buiten in contacten met overheden, politici, verzekeraars en beroepsorganisaties. (Zie ook website NPCF.)
De missie van het
zorgkantoor is een klantgerichte, doelmatige, uniforme en
concurrentievrije uitvoering van de AWBZ. Verzekerden moeten
gelijke rechten hebben en zorg en hulpverlening moeten van
een hoog niveau zijn. Het zorgkantoor dient deze
uitgangspunten in de praktijk concreet handen en voeten te
geven en onderhoudt dan ook intensieve relaties te
onderhouden met de zorgaanbieders en patiënten- en
cliëntenorganisaties in de regio (zie website
ZN).
Het
Bouwcollege
is een voortzetting van het College voor
ziekenhuisvoorzieningen. Het bouwcollege is het
informatiepunt voor bouwgegevens en heeft onder andere tot
taak de uitvoering te toetsen en het voorgenomen beleid,
bijvoorbeeld inzake de bouwbehoefte, en het afgeven van
vergunningen. Het Bouwcollege stelt bouwmaatstaven vast,
begeleidt de bouw van ziekenhuisvoorzieningen en toetst.
Daarnaast heeft het
CVZ een belangrijke taak in de zorgvernieuwing en de
toelating van nieuwe verstrekkingen. Het college keurt
overeenkomsten goed tussen ziekenfondsen,
AWBZ-uitvoeringsorganen en zorginstellingen
De staatssecretaris van VWS heeft in
het voorjaar van 2004 het Centrum indicatiestelling zorg
(CIZ)
aangewezen om de indicatiestelling bij de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) onder te brengen in één
landelijke organisatie. Dat betekent dat het CIZ vanaf 1
januari 2005 als organisatie verantwoordelijk wordt voor de
gehele indicatiestelling voor zorg die betaald wordt uit de
AWBZ. Het CIZ neemt die taken dan over van de regionale
indicatieorganen die daar onder gemeentelijke regie in 2004
nog verantwoordelijk voor zijn. De indicatiestelling blijft
op lokaal niveau uitgevoerd en in gemeenten waar integraal
wordt geïndiceerd voor wonen-zorg-welzijn (o.a. de Wvg) wordt
dat als het aan het CIZ ligt, voortgezet. Ook in gemeenten
waar dat nu niet het geval is blijft dat het streven.
|
|
|
Brancheorganisaties
Er zijn twee soorten brancheorganisaties op het gebied van
verpleging en verzorging te onderscheiden: die voor verpleeg-
en verzorgingshuizen en die voor thuiszorginstellingen.
- Arcares is de landelijke brancheorganisatie van verpleging en verzorging en vertegenwoordigt de verpleeg- en verzorgingshuizen in Nederland. Zij is het resultaat van een fusie tussen de Nederlandse Vereniging van Verpleeghuiszorg en de WoonZorg Federatie. Arcares behartigt de belangen van de instellingen en treedt op als hun vertegenwoordiger Arcares);
- Voor thuiszorginstellingen zijn twee brancheorganisaties actief: de Landelijke Vereniging voor Thuiszorg (LVT) en Branchebelang Thuiszorg Nederland. De LVT vertegenwoordigt anno 2001 ongeveer 100 thuiszorginstellingen die allemaal bekostigd worden vanuit de AWBZ. BTN vertegenwoordigt ongeveer 55 commerciële thuiszorginstellingen die deels via de AWBZ gefinancierd worden en deels vanuit particuliere gelden gefinancierd worden. De kernactiviteiten van LVT en BTN zijn belangenbehartiging van lidinstellingen en hun cliënten bij overheid en politiek, adviesorganen en zorgverzekeraars BTN,2001b LVT).
Beroeps- en belangenorganisaties
Er bestaan verschillende beroepsorganisaties die zich
inzetten voor personeel werkzaam in de verpleging en
verzorging/thuiszorg, woonzorg en verpleeg- en
verzorgingshuizen, en informele hulpverleners:
- De Algemene Vergadering Verpleegkundigen en Verzorgenden (AVVV) heeft als missie het versterken van de eenheid en positie van verpleegkundigen en verzorgenden in Nederland. De AVVV behartigt als koepelorganisatie de belangen van de 45 aangesloten algemene en specifieke beroepsorganisaties (onder andere de LVW en Sting) AVVV);
- De Landelijke Vereniging Wijkverpleegkundigen (LVW, voorheen VVVM). De kernactiviteiten van de LVW zijn onder andere het voeren van landelijke discussies, het uitvoeren van onderzoek en het ontwikkelen van zorgprogramma's;
- Sting, de beroepsvereniging van de verzorging. Sting richt zich op de inhoud van het beroep verzorging en komt op voor de belangen van 200.000 verzorgenden en helpenden in de thuiszorg, kraamzorg, gehandicaptenzorg, en intramurale ouderenzorg Sting) (Sting);
- Voor de informele hulp bestaat er het Steunpunt
Mantelzorg.
(Mantelzorg)
Bij dit steunpunt kunnen zowel mantelzorgers
als professionals terecht voor informatie en steun.
Om de kwaliteit van de verpleeghuiszorg
te verbeteren en onaanvaardbare risico's te voorkomen is het
Steunpunt Verpleeghuiszorg gestart.
Het steunpunt biedt tijdelijke ondersteuning aan
verpleeghuizen, verpleegunits in verzorgingshuizen en
aanbieders van kleinschalige verpleeghuiszorg, die vanuit de
AWBZ gefinancierd worden. Ondersteuning kan worden
aangevraagd als:
- de benodigde gespecialiseerde deskundigheid voor een
complexe zorgvraag van een cliënt structureel niet voorhanden
is of er sprake is van risico's in de directe zorg aan een
cliënt
- de organisatie van de zorg in een instelling te wensen
overlaat. Dat laatste kan betrekking hebben op uiteenlopende
gebieden, zoals de inrichting van de organisatie, het
management, de organisatie van het zorgproces, de facilitaire
diensten, de administratieve organisatie of de huisvesting.
Praktijk als leermeester
Het steunpunt wil zoveel mogelijk de ervaringen uit de sector
zelf benutten. Dat vergroot de kans dat de vraag adequaat
wordt beantwoord. Bovendien maakt die aanpak duidelijk dat in
veel instellingen goede zorg geboden wordt. Het steunpunt
neemt dus niet het 'modelverpleeghuis' –zo dat al bestaat –
als uitgangspunt is, maar de situatie in de instelling.
Zo mogelijk wordt de ondersteuning in de eigen regio
georganiseerd. Verder krijgen verpleeghuizen zo de
mogelijkheid om van elkaar te leren en lessen uit de
verbeteringspraktijk over te dragen.
De ervaringen en de kennis worden gebundeld en komen
beschikbaar voor de hele verpleeghuissector.
Tijdelijk inzet
De extra inzet voor de individuele cliënt, respectievelijk de
zorgorganisatie is per definitie tijdelijk. De middelen die
beschikbaar worden gesteld zijn niet bedoeld voor de
exploitatie van de instelling, maar om het tekort in de
zorgverlening direct op te heffen of de zorgorganisatie
direct te verbeteren.
Werkwijze
Als een instelling is aangemeld voor het programma wordt op
basis van onderzoek en advies een ondersteuningsvoorstel
ontwikkeld, dat na honorering, wordt geïmplementeerd en na
afloop verantwoord en geëvalueerd.
In de werkwijze is de factor tijd belangrijk. Als een
aanvraag voor ondersteuning is binnengekomen wordt binnen
enkele dagen met de cliënt en/of de instelling een afspraak
gemaakt. Bij een individuele zorgvraag verricht een consulent
of consulententeam onderzoek dat uitmondt in een advies over
de noodzakelijke tijdelijke extra inzet en de daarbij
behorende middelen.
Een vraag over de zorgorganisatie wordt op locatie
geanalyseerd door experts die een verbeteringsplan opstellen
met een bijbehorende begroting voor de tijdelijke extra inzet.
Die inzet wordt 'in natura' in de vorm van extra expertise of
op basis van een goedgekeurd budget beschikbaar gesteld. Er
is dus geen sprake van toevoeging van middelen aan
instellingsbudgetten
Organisatie
Om middelen efficiënt in te kunnen zetten en snel te kunnen
starten, wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande
organisaties. Voor de ondersteuning van de individuele
zorgvraag zijn dat de Centra voor Consultatie en Expertise
Nederland en voor de zorgorganisatie is het het NIZW,
Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn. Er komt een
stuurgroep met een gezaghebbend persoon uit de zorgsector als
voorzitter. Een externe projectleiding is verantwoordelijk
voor de dagelijkse gang van zaken. Projectleiders zijn Gerard
van Pijkeren en Peter Tiebout, werkzaam als adviseurs in de
zorgsector.
Een deskundigenpool wordt gerekruteerd uit professionals in
de verpleeghuiszorg. Zij kunnen hun praktijkervaringen
inbrengen voor de verbeteringsplannen. Ze kunnen ook een rol
kunnen spelen in het uitwisselen van de ervaringen.
Communicatie
De communicatie over de in deze notitie beschreven aanpak
richt zich met name op de verpleeghuiszorg en de relevante
AWBZ-actoren. Het accent zal liggen op de communicatie in de
regio.
Het steunpunt is onderdeel van 'Zorg voor beter', een
kwaliteitsprogramma voor de thuiszorg, ouderenzorg en
gehandicaptenzorg. 'Zorg voor beter' omvat ook het Landelijk
Dementieprogramma en het Actieprogramma Kwaliteit. Er is een
voortdurende afstemming tussen deze programma’s en het
steunpunt.
Aanmelden
Zorginstellingen, cliëntenraden en zorgkantoren kunnen zich
aanmelden voor ondersteuning in het kader van dit programma.
Dat geldt ook voor cliënten en hun familie, maar dan wel in
samenspraak met de zorginstelling.
Hoe is het projectteam te bereiken
Vanaf 19 april 2005 is het Steunpunt bereikbaar. Annemiek
Gras en Wilma Groenewegen, die het secretariaat vormen, zijn
bereikbaar onder telefoonnummer 0900 - 2424240 (10 cent per
minuut).
Het postadres is: Steunpunt Verpleeghuiszorg, Postbus 19152,
3501 DD Utrecht.
Gelaagd en Gefaseerd Toezicht
Gelaagd en Gefaseerd Toezicht (kortweg gefaseerd toezicht
genoemd) is gericht is op het opsporen en toezicht houden op
risicovolle instellingen en bedrijven. Bij deze nieuwe werkwijze
is het algemeen toezicht verdeeld in drie fasen.
1. Allereerst worden risicovolle instellingen en bedrijven
opgespoord. De IGZ vraagt gegevens op met behulp van een digitaal
inspectieformulier. Op basis hiervan maakt de inspectie een
risico-inschatting.
2. In de tweede fase vindt een inspectiebezoek plaats bij de
instellingen en bedrijven met een kans op een verhoogd risico.
3. Als uit de tweede fase blijkt dat de zorg of de producten
kwalitatief onvoldoende zijn, gaat de inspectie over op
repressief toezicht. Het toezicht wordt in deze fase verscherpt
en er worden maatregelen getroffen.
Risico-indicatoren voor de langdurige
zorgverlening
Het rapport betreft een onderbouwing van
indicatoren voor het Gelaagd en Gefaseerd Toezicht van de
Inspectie voor de Gezondheidszorg in instellingen voor langdurige
zorg/care, te weten verpleeg- en verzorgingshuizen,
thuiszorginstellingen, instellingen voor langdurige
psychiatrische zorg en instellingen voor gehandicapten. Het onderzoek is door het NIVEL (Nederlands
instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) verricht in opdracht van de
Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en is uitgevoerd in de eerste helft van het jaar
2004. De opdracht is gegeven, omdat de IGZ behoefte had aan
risico-indicatoren die praktisch toepasbaar zijn en die direct
gerelateerd kunnen worden aan ongewenste uitkomsten op
cliëntniveau. De resultaten van deel I van het rapport zijn
gebaseerd op een literatuurstudie naar indicatoren in de
Nederlandse literatuur. Aan de hand van relevante criteria zijn
vervolgens 27 risico-indicatoren geselecteerd. In deel II zijn
deze risico-indicatoren via een screening van de Engelstalige en
Nederlandstalige literatuur onderbouwd. Het onderzoek maakt deel uit van een groeimodel
om tot valide en betrouwbare risicoindicatoren te komen. De
risico-indicatoren zijn vertaald naar vragen
Het is een uitgave van het NIVEL in 2004. De gegevens mogen met bronvermelding (A. van den Brink- Muinen, C. Wagner, Risico-indicatoren voor de langdurige zorgverlening, NIVEL 2004) worden gebruikt.
Het rapport is ook te bestellen via
receptie@nivel.nl.
Bronnen:
Welke partijen zijn betrokken bij verpleging en verzorging? In:
Brancherapporten VWS. Den Haag: VWS, <http://www.brancherapporten.minvws.nl>
De VWS-sectoren\Care\Verpleging en Verzorging\, 13 mei 2005.
Ruysbroek JMH. Wat is verpleging en verzorging? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, <http://www.nationaalkompas.nl> Zorg\Verpleging en verzorging, 27 mei 2002