Voeding en het
gewichtsverlies van patiënten met de ziekte van Alzheimer of een andere vorm
van dementie. Er worden praktische tips gegeven om voldoende voeding en vocht
te gebruiken.
Gewichtsverlies
Bij veel patiënten met de ziekte van Alzheimer neemt het lichaamsgewicht af.
Een te laag gewicht kan de conditie
verslechteren. Hierdoor voelt iemand zich slap en moe. Men heeft dan ook minder zin
om dingen te doen. Als iemand afvalt is dat vaak aan de kleding te merken, deze
zitten ruimer dan voorheen.
De twee redenen van gewichtsverlies zijn een verhoogde voedingsbehoefte en
een verminderde voedingsinname. Bij een verhoogde voedingsbehoefte heeft het
lichaam extra voeding en vocht nodig.
Dit kan komen door de onrust in het hoofd, waardoor iemand neigt tot meer dwalen en
ongericht rondlopen.
Een verminderde voedingsinname
Iemand eet en drinkt minder dan dat de persoon gewend was. Dit wordt een verminderde
voedingsinname genoemd. Er zijn veel factoren die van invloed kunnen zijn op
wat en hoeveel iemand eet en drinkt. Hieronder zijn tips te vinden om de
voedingsinname te verbeteren. Met andere woorden: een aanreiking wat te doen om
iemand niet
verder af te laten vallen.
Als men de aandacht niet bij het eten
kunt houden. Iemand is snel afgeleid en vergeet daardoor te eten. Zorg ervoor
dat er tijdens de maaltijden zo weinig mogelijk dingen zijn die iemand
kunnen
afleiden. Zet bijvoorbeeld de televisie en radio uit.
Als men snel verward bent. Iemand raakt in
de war als er teveel verschillende dingen op tafel staan. Zet één gang
tegelijkertijd op tafel en leg het bestek dat iemand nog niet nodig heeft even
opzij.
Als men vergeetachtig is. Iemand vergeet
misschien te eten of denkt dat al gegeten te hebben. Regelmaat kan houvast
bieden. De maaltijden kunt u op een vaste tijd, volgens een vaste
dagindeling, aanbieden. Streep op een lijst af als men gegeten heeft. Gebruik
3 hoofdmaaltijden op een dag en 3 keer iets tussendoor.
Als de smaak veranderd is. Men heeft
voorkeur voor bepaalde smaken die iemand eerst niet had. Vaak hebben Alzheimer-patiënten
voorkeur voor zoete producten en 'ouderwetse' gerechten zoals stamppot.
Probeer verschillende producten uit. Gerechten die iemand vroeger niet lekker
vond, waardeert men nu misschien wel.
Als de smaak en geur verminderd zijn.
Iemand proeft en ruikt het eten niet meer zo goed. Het is een kwestie van
uitproberen wat men wel of niet proeft. In het algemeen hebben warme
gerechten een meer uitkomende smaak dan koude en proeft de persoon een warm gerecht
dus beter. Door kruiden en specerijen te gebruiken en de groenten in weinig
vocht te koken, kunnen de maaltijden aantrekkelijker van smaak worden.
Als het dag- en nachtritme verstoord
is. Iemand is 's nachts veel wakker en slaapt overdag. Hierdoor verandert ook
het eetpatroon en kan men maaltijden gaan overslaan. Probeer degene overdag
wakker te houden door bezig te blijven. Bijvoorbeeld door te puzzelen, in
de tuin te werken of samen met de persoon een rondje te lopen of een stukje te
fietsen.
Als het moeilijk gevonden wordt om een
goede voeding te kiezen. Iemand weet niet (zeker) wat voor goed is om te eten.
Als richtlijn kan men gebruik maken van de tabel in deze brochure met de
aanbevolen hoeveelheden voedingsmiddelen. Hierin staat aangegeven wat een
gezond persoon per dag ongeveer moet gebruiken om alle voedingsstoffen,
vitaminen en mineralen binnen te krijgen. Vitaminesupplementen zijn dan
niet nodig. Variatie is belangrijk, een eenzijdige voeding geeft namelijk
kans op tekorten. Varieer in beleg, groente en vlees/vis. Wissel
bijvoorbeeld hartige, zure en zoete gerechten af. Als men er zelf niet
uitkomt, vraag dan aan de hulpverlener, arts of partner, familielid of vriend of zij u kunnen
helpen bij de keuze.
Aanbevolen hoeveelheden
voedingsmiddelen per dag
Brood
Aardappelen
Groente
Fruit
Melk en melkproducten
Kaas
Vlees, vis, kip, ei tahoe en
tempé
Vleeswaar
Halvarine op brood
Margarine voor de bereiding
Vocht
5 - 7 sneetjes
3 - 5 stuks (150-250 gram)
3 - 4 groentelepels (150 - 200
gram)
2 vruchten (200 gram)
2 - 3 glazen (300 - 450 ml)
1 - 2 plakken (20 - 40 gram)
100 gram rauw (75 gram gaar)
1 - 2 plakjes (15 - 30 gram)
5 gram per sneetje brood
15 gram
1½ - 2 liter
Bron: Voorlichtingsbureau
voor de Voeding
Als er kauwproblemen zijn. Men
kan het voedsel niet goed meer kauwen. Vermijd harde of taaie delen van het
voedsel bijvoorbeeld door de korst van het brood te snijden. Indien dit
niet voldoende is, moet de voeding worden gemalen of gebruik gemaakt worden
van een zachtere voeding. Brood kan vervangen worden door havermoutpap,
griesmeelpap, pap van Bambix, vla, yoghurt (met muesli of vruchtenmoes),
kwark of pudding. Vlees, groente en aardappelen kunnen klein gesneden,
geprakt of gemalen worden. Soep met veel fijngesneden of gemalen groenten
en vlees kan ook een complete maaltijd zijn. Als nagerecht kunt u vla, pap,
yoghurt, ijs, bavarois, mousse of gepureerd fruit gebruiken. Als de oorzaak
van het niet goed kunnen kauwen een slecht passende gebitsprothese is, dan
is het verstandig om hier naar te laten kijken.
Als iemand last van misselijkheid heeft.
Men is misselijk en heeft daardoor niet veel zin om te eten. Het beste kan
iemand meerdere, kleine maaltijden gebruiken, die veel energie en
voedingstoffen bevatten. Vermijd te grote porties. Zorg voor een rustige
omgeving en frisse lucht, vermijd geuren die bij het bereiden van voedsel
ontstaan. Eet voedsel op kamertemperatuur.
Als men last van obstipatie heeft.
Men heeft een harde ontlasting en moet minder vaak naar de wc. Gebruik een
vezelrijke voeding. Vezelrijke producten zijn o.a. volkorenbrood,
roggebrood, krentenbrood, volkorencrackers, groente, fruit en gedroogde
vruchten (zoals pruimen, rozijnen, krenten, vijgen en abrikozen),
aardappelen, zilvervliesrijst, volkorenmacaroni, peulvruchten (zoals bonen
en linzen), havermout, muesli, noten, pinda's en volkorenbiscuit. Daarnaast
is het heel belangrijk om veel te drinken, ongeveer 2 liter per dag.
Als men te weinig vocht binnenkrijgt.
Men moet elke dag ongeveer 1½ - 2 liter vocht gebruiken, dit komt neer op
12 - 15 kopjes per dag. Drink tijdens de maaltijd en zorg dat er altijd
iets te drinken naast u staat. Verder kan men noteren wat iemand op een dag
aan vocht binnenkrijgt. Bijvoorbeeld door een lijst op de koelkast te
plakken waarop u elk kopje thee/koffie, glas melk etc. dat iemand op heeft
gedronken, kunt aanstrepen.
Als iemand geen eetlust heeft. Men heeft
geen trek. Fris-zure producten bevorderen meestal de eetlust zoals een glas
vruchtensap, een stukje appel of tomaat. Ook een kopje bouillon of een
aperitief (zoals een glaasje sherry, jenever of wijn) bevordert de eetlust.
Gebruik deze producten één uur voor de maaltijd.
Als men bestek niet meer herkend als
zodanig. Iemand weet niet waarvoor men een vork nodig heeft. Laat anderen het
juiste bestek aan te geven en laat zien hoe zij het gebruiken. Een andere
mogelijkheid is om bestek zo min mogelijk te gebruiken. Drink soep
bijvoorbeeld uit een beker en maak van brood een sandwich.
Energierijke voedingsadviezen
Als men, ondanks bovenstaande tips, blijft afvallen, is het verstandig om een
energierijke voeding te gebruiken. Hieronder staan een aantal praktische tips
om meer energie met uw voeding binnen te krijgen.
Besmeer brood royaal met roomboter
of (dieet)margarine en gebruik dubbel beleg.
Kies dranken die naast vocht ook
energie en voedingsstoffen leveren bijvoorbeeld volle melk, vruchtensap,
koffie of thee met suiker en/of melk.
Kies vettere vlees- en vissoorten
zoals een speklap, slavink, worst, makreel, zalm, gerookte paling of
bokking.
Voeg boter of room toe aan
aardappelpuree, groenten en pap.
Gebruik een sausje of jus bij de
warme maaltijd.
Verwerk ongeklopte room in pap, vla,
yoghurt, vruchtenmoes, soep, sauzen en koffie.
Kies voor volle melkproducten.
Neem een kopje soep/bouillon één uur
of anderhalf uur voor de maaltijd.
Gebruik het nagerecht één uur of
anderhalf uur na de maaltijd.
Gebruik meerdere kleine maaltijden
per dag.
Gebruik energierijke tussendoortjes
(snacks) zoals een tosti, brood met ragout of een haring.
Tot slot
Regelmatig wegen is een eenvoudige controle om te zien of iemand voldoende eet.
Eenmaal per week wegen op dezelfde weegschaal en op een vast tijdstip is meer
dan voldoende. Om het gewichtsverloop exact bij te houden, kunt u het gewicht
noteren in een agenda of op de kalender. Merkt u dat iemand blijft afvallen, neem
dan contact op met de arts of een diëtist.
Bron:'Voeding en
dementie (o.a. de ziekte van Alzheimer)'
Deze brochure is mede ontwikkeld door de afdeling dietetiek en
voedingswetenschappen van het VU Medisch Centrum, datum juni 2003.
NB. De hierbij
vermelde gegevens vallen onder geen enkele verantwoordelijkheid van de
Clientenfamilieraad en of management van Evean Oostergouw