Clifa logo
 

Adres ][ Adress
Gastenboek ][ Guestbook
Route Hulp ][ Travel Help Contact
    Naar Huis ][ Back Home
                    
 
Voeding en dementie

Voeding en het gewichtsverlies van patiënten met de ziekte van Alzheimer of een andere vorm van dementie. Er worden praktische tips gegeven om voldoende voeding en vocht te gebruiken.

Gewichtsverlies
Bij veel patiënten met de ziekte van Alzheimer neemt het lichaamsgewicht af. Een te laag gewicht kan de conditie verslechteren. Hierdoor voelt iemand zich slap en moe. Men heeft dan ook minder zin om dingen te doen. Als iemand afvalt is dat vaak aan de kleding te merken, deze zitten ruimer dan voorheen.
De twee redenen van gewichtsverlies zijn een verhoogde voedingsbehoefte en een verminderde voedingsinname. Bij een verhoogde voedingsbehoefte heeft het lichaam extra voeding en vocht nodig.
Dit kan komen door de onrust in het hoofd, waardoor iemand neigt tot meer dwalen en ongericht rondlopen.

Een verminderde voedingsinname
Iemand eet en drinkt minder dan dat de persoon gewend was. Dit wordt een verminderde voedingsinname genoemd. Er zijn veel factoren die van invloed kunnen zijn op wat en hoeveel iemand eet en drinkt. Hieronder zijn tips te vinden om de voedingsinname te verbeteren. Met andere woorden: een aanreiking wat te doen om iemand niet verder af te laten vallen.

  • Als men de aandacht niet bij het eten kunt houden. Iemand is snel afgeleid en vergeet daardoor te eten. Zorg ervoor dat er tijdens de maaltijden zo weinig mogelijk dingen zijn die iemand kunnen afleiden. Zet bijvoorbeeld de televisie en radio uit.

     

  • Als men snel verward bent. Iemand raakt in de war als er teveel verschillende dingen op tafel staan. Zet één gang tegelijkertijd op tafel en leg het bestek dat iemand nog niet nodig heeft even opzij.

     

  • Als men vergeetachtig is. Iemand vergeet misschien te eten of denkt dat al gegeten te hebben. Regelmaat kan houvast bieden. De maaltijden kunt u op een vaste tijd, volgens een vaste dagindeling, aanbieden. Streep op een lijst af als men gegeten heeft. Gebruik 3 hoofdmaaltijden op een dag en 3 keer iets tussendoor.

     

  • Als de smaak veranderd is. Men heeft voorkeur voor bepaalde smaken die iemand eerst niet had. Vaak hebben Alzheimer-patiënten voorkeur voor zoete producten en 'ouderwetse' gerechten zoals stamppot. Probeer verschillende producten uit. Gerechten die iemand vroeger niet lekker vond, waardeert men nu misschien wel.

     

  • Als de smaak en geur verminderd zijn. Iemand proeft en ruikt het eten niet meer zo goed. Het is een kwestie van uitproberen wat men wel of niet proeft. In het algemeen hebben warme gerechten een meer uitkomende smaak dan koude en proeft de persoon een warm gerecht dus beter. Door kruiden en specerijen te gebruiken en de groenten in weinig vocht te koken, kunnen de maaltijden aantrekkelijker van smaak worden.

     

  • Als het dag- en nachtritme verstoord is. Iemand is 's nachts veel wakker en slaapt overdag. Hierdoor verandert ook het eetpatroon en kan men maaltijden gaan overslaan. Probeer degene overdag wakker te houden door bezig te blijven. Bijvoorbeeld door te puzzelen, in de tuin te werken of samen met de persoon een rondje te lopen of een stukje te fietsen.

     

  • Als het moeilijk gevonden wordt om een goede voeding te kiezen. Iemand weet niet (zeker) wat voor goed is om te eten. Als richtlijn kan men gebruik maken van de tabel in deze brochure met de aanbevolen hoeveelheden voedingsmiddelen. Hierin staat aangegeven wat een gezond persoon per dag ongeveer moet gebruiken om alle voedingsstoffen, vitaminen en mineralen binnen te krijgen. Vitaminesupplementen zijn dan niet nodig. Variatie is belangrijk, een eenzijdige voeding geeft namelijk kans op tekorten. Varieer in beleg, groente en vlees/vis. Wissel bijvoorbeeld hartige, zure en zoete gerechten af. Als men er zelf niet uitkomt, vraag dan aan de hulpverlener, arts of partner, familielid of vriend of zij u kunnen helpen bij de keuze.

     

    Aanbevolen hoeveelheden voedingsmiddelen per dag
    Brood

    Aardappelen

    Groente

    Fruit

    Melk en melkproducten

    Kaas

    Vlees, vis, kip, ei tahoe en tempé

    Vleeswaar

    Halvarine op brood

    Margarine voor de bereiding

    Vocht

    5 - 7 sneetjes

    3 - 5 stuks (150-250 gram)

    3 - 4 groentelepels (150 - 200 gram)

    2 vruchten (200 gram)

    2 - 3 glazen (300 - 450 ml)

    1 - 2 plakken (20 - 40 gram)

    100 gram rauw (75 gram gaar)

    1 - 2 plakjes (15 - 30 gram)

    5 gram per sneetje brood

    15 gram

    1½ - 2 liter

    Bron: Voorlichtingsbureau voor de Voeding

     

  • Als er kauwproblemen zijn. Men kan het voedsel niet goed meer kauwen. Vermijd harde of taaie delen van het voedsel bijvoorbeeld door de korst van het brood te snijden. Indien dit niet voldoende is, moet de voeding worden gemalen of gebruik gemaakt worden van een zachtere voeding. Brood kan vervangen worden door havermoutpap, griesmeelpap, pap van Bambix, vla, yoghurt (met muesli of vruchtenmoes), kwark of pudding. Vlees, groente en aardappelen kunnen klein gesneden, geprakt of gemalen worden. Soep met veel fijngesneden of gemalen groenten en vlees kan ook een complete maaltijd zijn. Als nagerecht kunt u vla, pap, yoghurt, ijs, bavarois, mousse of gepureerd fruit gebruiken. Als de oorzaak van het niet goed kunnen kauwen een slecht passende gebitsprothese is, dan is het verstandig om hier naar te laten kijken.

     

  • Als iemand last van misselijkheid heeft. Men is misselijk en heeft daardoor niet veel zin om te eten. Het beste kan iemand meerdere, kleine maaltijden gebruiken, die veel energie en voedingstoffen bevatten. Vermijd te grote porties. Zorg voor een rustige omgeving en frisse lucht, vermijd geuren die bij het bereiden van voedsel ontstaan. Eet voedsel op kamertemperatuur.

     

  • Als men last van obstipatie heeft. Men heeft een harde ontlasting en moet minder vaak naar de wc. Gebruik een vezelrijke voeding. Vezelrijke producten zijn o.a. volkorenbrood, roggebrood, krentenbrood, volkorencrackers, groente, fruit en gedroogde vruchten (zoals pruimen, rozijnen, krenten, vijgen en abrikozen), aardappelen, zilvervliesrijst, volkorenmacaroni, peulvruchten (zoals bonen en linzen), havermout, muesli, noten, pinda's en volkorenbiscuit. Daarnaast is het heel belangrijk om veel te drinken, ongeveer 2 liter per dag.

     

  • Als men te weinig vocht binnenkrijgt. Men moet elke dag ongeveer 1½ - 2 liter vocht gebruiken, dit komt neer op 12 - 15 kopjes per dag. Drink tijdens de maaltijd en zorg dat er altijd iets te drinken naast u staat. Verder kan men noteren wat iemand op een dag aan vocht binnenkrijgt. Bijvoorbeeld door een lijst op de koelkast te plakken waarop u elk kopje thee/koffie, glas melk etc. dat iemand op heeft gedronken, kunt aanstrepen.

     

  • Als iemand geen eetlust heeft. Men heeft geen trek. Fris-zure producten bevorderen meestal de eetlust zoals een glas vruchtensap, een stukje appel of tomaat. Ook een kopje bouillon of een aperitief (zoals een glaasje sherry, jenever of wijn) bevordert de eetlust. Gebruik deze producten één uur voor de maaltijd.

     

  • Als men bestek niet meer herkend als zodanig. Iemand weet niet waarvoor men een vork nodig heeft. Laat anderen het juiste bestek aan te geven en laat zien hoe zij het gebruiken. Een andere mogelijkheid is om bestek zo min mogelijk te gebruiken. Drink soep bijvoorbeeld uit een beker en maak van brood een sandwich.

Energierijke voedingsadviezen
Als men, ondanks bovenstaande tips, blijft afvallen, is het verstandig om een energierijke voeding te gebruiken. Hieronder staan een aantal praktische tips om meer energie met uw voeding binnen te krijgen.
 

  • Besmeer brood royaal met roomboter of (dieet)margarine en gebruik dubbel beleg.
  • Kies dranken die naast vocht ook energie en voedingsstoffen leveren bijvoorbeeld volle melk, vruchtensap, koffie of thee met suiker en/of melk.
  • Kies vettere vlees- en vissoorten zoals een speklap, slavink, worst, makreel, zalm, gerookte paling of bokking.
  • Voeg boter of room toe aan aardappelpuree, groenten en pap.
  • Gebruik een sausje of jus bij de warme maaltijd.
  • Verwerk ongeklopte room in pap, vla, yoghurt, vruchtenmoes, soep, sauzen en koffie.
  • Kies voor volle melkproducten.
  • Neem een kopje soep/bouillon één uur of anderhalf uur voor de maaltijd.
  • Gebruik het nagerecht één uur of anderhalf uur na de maaltijd.
  • Gebruik meerdere kleine maaltijden per dag.
  • Gebruik energierijke tussendoortjes (snacks) zoals een tosti, brood met ragout of een haring.

Tot slot
Regelmatig wegen is een eenvoudige controle om te zien of iemand voldoende eet. Eenmaal per week wegen op dezelfde weegschaal en op een vast tijdstip is meer dan voldoende. Om het gewichtsverloop exact bij te houden, kunt u het gewicht noteren in een agenda of op de kalender. Merkt u dat iemand blijft afvallen, neem dan contact op met de arts of een diëtist.

 

Bron:'Voeding en dementie (o.a. de ziekte van Alzheimer)'
Deze brochure is mede ontwikkeld door de afdeling dietetiek en voedingswetenschappen van het VU Medisch Centrum, datum juni 2003.

 

NB. De hierbij vermelde gegevens vallen onder geen enkele verantwoordelijkheid van de Clientenfamilieraad en of management van Evean Oostergouw

            About CLIFA ][ About EVEAN ][ Contact the webmaster ©2002 by Clifa Evean Oostergouw Zaandam NL.