behorend bij de ‘Multidisciplinaire
richtlijn verantwoorde vocht- en voedselvoorziening voor
verpleeghuisgeïndiceerden’
1
Voorwoord: Deze handreiking is
geschreven als leeswijzer voor de multidisciplinaire* richtlijn verantwoorde
vocht- en voedselvoorziening voor verpleeghuisgeïndiceerden. In de richtlijn
staan aanbevelingen die ervoor zorgen dat cliënten van verpleeghuizen
voldoende drinken en goede voeding tot zich nemen. Met deze handreiking is
het voor een cliëntenraad gemakkelijker om de huidige stand van zaken rondom
de vocht- en voedselvoorziening in de zorginstelling te vergelijken met de
situatie zoals die wordt aanbevolen in de richtlijn. De cliëntenraad heeft op
die manier meer mogelijkheden om met de directie in overleg te treden als het
gaat over het voedingsbeleid. De in deze tekst genoemde pagina’s verwijzen
naar de pagina’s in de richtlijn waar verdere informatie staat. Voeding: een
belangrijk thema Maaltijden zijn om meerdere redenen een belangrijk thema
voor zowel cliënten als voor de cliëntenraad. Behalve dat goede voeding
onontbeerlijk is voor een optimale gezondheid, biedt samen eten onder meer de
mogelijkheid tot het hebben van sociaal contact. Dat is voor alle cliënten
belangrijk. Het is dan ook niet meer dan vanzelfsprekend dat een cliëntenraad
wettelijke rechten heeft om mee te beslissen over voedingsaangelegenheden.
Die rechten staan onder meer in de Wet Medezeggenschap Cliënten
Zorginstellingen (WMCZ). De cliëntenraad kan ervoor zorgen dat zaken als
variatie in maaltijden, de smaak, de hoeveelheid en de omgeving waarin en de
tijd waarop maaltijden worden genuttigd uitdrukkelijk worden opgenomen in de
basiszorg. Een andere wet die de cliëntenraad voorziet van rechten op dit
gebied is de Kwaliteitswet. In bijlage 1, bladzijde 55, van de richtlijn is
hierover meer te lezen. Dat er regelgeving is, is een goede zaak. Van belang
is echter wel dat de wensen van de cliënt - zeker als het gaat om eten en
drinken - het uitgangspunt vormen. Die worden dan ook vastgelegd in het
zorgdossier. Aanleiding voor het ontwikkelen van een multidisciplinaire
richtlijn In Nederland vormen mensen boven
65 jaar een snel groeiende groep met een gezondheidsachterstand. Adequate*
vocht- en voedselvoorziening is voor iedereen van groot belang, maar vooral
voor ouderen met een verpleeghuisindicatie. De Inspectie voor de
Gezondheidszorg deed in 1997 en 1999 onderzoek naar vocht- en
voedselvoorziening in verpleeghuizen.
Daaruit bleek ook dat de vocht- en voedselvoorziening
in de dagelijkse praktijk redelijk verliep, maar dat het onvoldoende terug te
vinden was in het beleid van zorginstellingen. Van zorg op maat was dus lang
niet altijd sprake als het gaat om eten en drinken.
Cliënten zijn echter afhankelijk van
zorg, ook op het gebied van voeding. Dit betekent echter niet dat een cliënt
niets meer te zeggen heeft. Hij/zij heeft daarin een eigen
verantwoordelijkheid. Dat wordt ook wel genoemd ‘de autonomie van de cliënt’,
het zelfbeschikkingsrecht. De Inspectie voor de Gezondheidszorg wilde dan ook
dat er een multidisciplinaire richtlijn ontwikkeld werd, die moet dienen als
leidraad voor het maken van beleid in zorginstellingen. Wie ondervoed is
heeft een tekort aan energie en voedingsstoffen. Er is vaak ook sprake van
gewichtsverlies en verminderde lichamelijke functies. Ondervoeding kan onder
meer leiden tot vermindering van spierkracht, een slechtere weerstand of
verergering van ziekten. Door voldoende goede voeding aan te bieden en te
zorgen voor maaltijden die zijn afgestemd op de wensen van de cliënt als het
gaat om de smaak, de plek waar en de tijd waarop de maaltijd wordt genuttigd,
aanwezigheid van voldoende hulp, kan de gezondheidstoestand van cliënten
verbeteren. Opbouw richtlijn De richtlijn is opgebouwd uit een zogeheten
zorglijn 1 en zorglijn 2. Zorglijn 1 gaat over de basisvoedingszorg. Deze is
bestemd voor alle cliënten met een verpleeghuisindicatie, of zij wel of niet
te maken hebben met een voedingsproblem als gevolg van minder goede voeding.
Zorglijn 2 is bestemd voor cliënten die kampen met gezondheidsproblemen die
voortkomen uit een minder goede voedingstoestand. De vocht- en
voedselvoorziening moet in het algemeen voldoen aan een aantal voorwaarden: -
kwaliteitseisen (Richtlijn Goede Voeding2,
dieeteisen) - wettelijke kaders wat betreft hygiëne, milieu en
arbeidsomstandigheden - beschikbare middelen (zoals personeel, budget) -
visie van de instelling op voedingszorg. In zorglijn 1 (zie het schema op
pagina 16) komen de volgende onderwerpen aan de orde: - intakegesprek (zie
pagina 18) In het intakegesprek dat bij de cliënt thuis of bij opname
plaatsvindt, worden de wensen en behoeften geïnventariseerd als het gaat om:
• eetlust • maaltijdpatroon • speciale wensen • gewoonten • omgeving
- onderzoek voedingstoestand
(zie pagina 18)
Bij opname in het verpleeghuis en op
basis van de gegevens uit het intakegesprek wordt een lijst ingevuld die gaat
over:
- • hoeveelheid en aard van de
voedselinname per dag
- • gewichtsveranderingen
- • kauw- en slikproblemen.
- voedingsdiagnose (zie pagina 18)
Op grond van het onderzoek van de
voedingstoestand wordt een diagnose gesteld. De voeding kan beoordeeld worden
als ‘volwaardig’, ‘op termijn ontoereikend’ of ‘beslist ontoereikend’. Het
verdient de aanbeveling dat de cliënt regelmatig gewogen wordt (zie pagina
19). Via het zorgdossier wordt de gezondheidstoestand van de cliënt gevolgd.
De organisatie van de vocht- en
voedselvoorziening vindt plaats op drie niveaus:
- 1. microniveau: dit betreft de
wensen en behoeften van de individuele cliënt, vastgelegd in het
zorgdossier (zie pagina 18 en verder)
- 2. mesoniveau: dit betreft het
beleid op de afdeling (zie pagina 21 en verder)
- 3. macroniveau: dit betreft het
beleid van de instelling als het gaat om voorwaarden en faciliteiten (zie
pagina 26 en verder).
In zorglijn 2 (zie het schema op
pagina 30) komen de volgende onderwerpen aan de orde:
- onderzoek
(zie pagina 32 en verder)
Als er sprake is van een
voedingsprobleem is onderzoek nodig om de oorzaken te achterhalen. Het
vaststellen van een algehele diagnose gebeurt door:
- - observatie door de verpleegkundige/verzorgende/voedingsassistent
- - diagnostiek door de verpleeghuisarts
- - diagnostiek door andere disciplines*
- - rol van de cliënt: wat kan de cliënt verwachten en wat vindt en wil
de cliënt zelf. Indien de client niet in staat is zijn mening onder woorden
te brengen moet de vertegenwoordiger van de client hierbij betrokken worden
- - bevindingen van vrijwilligers en mantelzorgers met betrekking tot de
voeding van de cliënt
- evaluatie*
(zie pagina 37 en verder)
In een overleg waaraan medewerkers van
verschillende disciplines deelnemen (multidisciplinair team) worden de
onderzoeksgegevens besproken. Deze evaluatie vormt de basis voor verder te
ondernemen stappen. In overleg tussen de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger
en het multidisciplinaire team wordt vastgesteld of en op welke manier de
betrokkenen het probleem zullen behandelen. Dit plan of deze afspraken worden
vastgelegd in het zorgplan.
Bij de totstandkoming van de richtlijn
betrokken partijen: - Arcares (brancheorganisatie voor verpleging en
verzorging, projectleiding) - mevrouw prof.dr. W.A. van Staveren, bijzonder
hoogleraar voeding van de oudere mens, Wageningen Universiteit (voorzitter) -
Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO - Landelijke Organisatie
Cliëntenraden - Nederlandse Vereniging voor Verpleeghuisartsen - Nederlandse
Vereniging van Diëtisten - Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie
- Nederlandse Vereniging voor Ergotherapie - Algemene Vergadering
Verplegenden en Verzorgenden - Nieuwe Unie ’91 (beroepsorganisatie van de
verpleging en verzorging) - Vereniging van Hoofden Voeding in de
Gezondheidszorg - Koksgilde Nederland De richtlijn is te bestellen via
Arcares, publicatienummer 01.014, Postbus 8258, 3515 GA Utrecht. Prijs: leden
Arcares є 9,08 (inclusief BTW en verzendkosten; niet-leden Arcares є 18,16 (exclusief
BTW; inclusief verzendkosten) De richtlijn is ook via het ledennet van
Arcares gratis te downloaden. U kunt dit vinden op de website -www.arcares.nl.
Geraadpleegde literatuur: 1. Multidisciplinaire richtlijn Verantwoorde vocht-
en voedselvoorziening voor verpleeghuisgeïndiceerden (Arcares, Utrecht 2001)
2. Advies Richtlijnen Goede Voeding (Voedingsraad, Voorlichtingsbureau voor
de Voeding, Den Haag 1986) 3. Slikproblemen bij verpleeghuisbewoners (Nederlands
Paramedisch Instituut, Amersfoort 2000) Begrippenlijst: adequaat: de norm
evenarend discipline: beroepsgroep evaluatie: waardering, beoordeling
motorisch: betrekking hebbend op beweging multidisciplinair: betrekking
hebbend op een aantal takken van wetenschap of beroepen